Alumniwerking op nieuwe wegen

Frans baron van Daele, kabinetschef van Herman Van Rompuy en voorzitter van Alumni Lovanienses, en vicerector Bart De Moor, bevoegd voor het alumnibeleid, hebben ambitieuze plannen voor de Leuvense alumniwerking. Een lijvige nota zet de krijtlijnen uit.

De nota kreeg de titel ‘Alumni 2.0: naar een slimme samenwerking tussen de universiteit en haar alumni’. Waarom 2.0?

De Moor: “De alumniwerking zoals die tot nu toe bestaat, is vooral geënt op de werking van de kringen, die georganiseerd zijn per faculteit of per opleiding. De kringen worden overkoepeld door Alumni Lovanienses. Die werking blijft natuurlijk van het grootste belang. Maar we zijn ervan overtuigd dat er heel wat méér mogelijk is, nieuwe manieren om de band tussen alumni en universiteit te versterken, tot voordeel van beiden. Die nieuwe werking zal voor een aanzienlijk deel gebaseerd zijn op de nieuwe communicatiemogelijkheden, het internet dus. En daar is sprake van een internet 2.0, waar communities van allerlei aard de toon zetten, met communicatie die langs heel andere en meer rechtstreekse wegen verloopt dan vroeger. Dat werkte inspirerend voor wat we met de Leuvense alumniwerking van plan zijn.”

Van Daele: “Uiteraard hebben we het ei van Columbus niet ontdekt. Maar we zijn er wel van overtuigd dat er nog een heel groot potentieel aan te boren valt, en dat daar nieuwe wegen voor gezocht moeten worden. Bij dat alles blijft het belang van de alumniwerking evident. De universiteit vergroot via de alumni haar uitstraling en aantrekkingskracht, en de alumni ontlenen aan een goede band met de universiteit een reeks praktische voordelen, betere informatie, bijvoorbeeld rond beroepsuitwegen, betere netwerking, allerlei sociale contacten, noem maar op.”

Is dat potentieel werkelijk zo groot?

De Moor: “Ja, heel zeker, zowel kwantitatief als kwalitatief. Als je ruwweg rekent dat er de afgelopen veertig jaar 200.000 diploma’s uitgereikt werden, zie je dat het ledenaantal nog flink kan groeien. Kwalitatieve groei van de werking betekent dat we, naast wat bestaat, nog meer en andere activiteiten willen organiseren, andere organisatievormen en nieuwe contactmogelijkheden in het leven willen roepen, enzovoort.”

Aan welke organisatievormen denkt u dan?

Van Daele: “Je kunt de huidige werking ‘verticaal’ noemen, georganiseerd per studierichting. Maar er is nog immense groei mogelijk op ‘horizontaal’ vlak. Waarom zou je de alumni bijvoorbeeld niet aanspreken per regio? Dat gebeurt nu al, met heel actieve kernen in Brugge, Brussel, Mechelen, Antwerpen en de regio Limburg. Maar dat kan verruimd worden. Of je trekt het open naar het buitenland. In Shanghai groeit een Chinees chapter van Leuvense alumni. In New York wordt aan de weg getimmerd. Of denk aan een beroepsgerichte organisatie van de alumni. Waarom zou je bijvoorbeeld de leraren niet samenbrengen? Of de mensen uit een bepaalde bedrijfssector? Ik ben er zeker van dat er langs die lijnen méér samenhang en dus meer mogelijke groei te vinden is dan via de traditionele link gebaseerd op studierichting.”

De Moor: “Vergeet ook de hertekening van het hoger onderwijs niet. Door de integratie van een reeks hogeschoolopleidingen in de universiteit komen er over enkele jaren duizenden nieuwe gediplomeerden van de K.U.Leuven bij.”

Zullen die zich voldoende verbonden voelen met de universiteit?

De Moor: “Je moet dat op een termijn van vijf of tien jaar benaderen. Een afgestudeerde van Lessius zal dan met heel veel trots in zijn cv vermelden dat hij een diploma van de K.U.Leuven heeft. En er komt natuurlijk ook een toenadering op personeelsvlak. Op termijn krijg je in die hogescholen, verspreid over Vlaanderen, docenten die allemaal met de K.U.Leuven te maken hebben, en die voor een versterking van de band zullen zorgen.”

Hoe giet je al die ambitie in vorm?

Van Daele: “In eerste instantie werken we met acht werven: thematische werkgroepen, bijvoorbeeld rond lidmaatschap en commitment, rond zaken als onderwijs en arbeidsmarkt, de regionale werking en de associatie, rond internationalisering en communicatie, fondsenwerving, informatica-ondersteuning. We betrekken daar heel expliciet een reeks diensten van de universiteit bij, zodat er synergieën kunnen groeien, zonder te leiden tot een grote meerkost. Je mag in dit geheel trouwens het belang van vrijwilligers niet onderschatten. Ook hen willen we bij de gesprekken en de verdere uitwerking betrekken. We willen ook de visibiliteit van het Alumni Office sterk vergroten. Tegen Pasen moeten al die werven een stappenplan uitgewerkt hebben, om het nieuwe beleid te concretiseren.”

De Moor: “Het gaat om work in progress, natuurlijk, en we zullen gaandeweg nieuwe opportuniteiten en misschien ook nieuwe hindernissen ontdekken. Maar we willen wel zo spoedig mogelijk aan de slag. De K.U.Leuven en haar alumni hebben alle baat bij een kwalitatief sterk, internationaal, geïntegreerd alumninetwerk, ondersteund door de nieuwe technologische mogelijkheden. Als je dan over vijf of tien jaar nog eens langskomt voor een interview, maak ik me sterk dat onze alumniwerking er heel anders uit zal zien.”

De nota ‘Alumni 2.0’ kunt u downloaden via http://www.kuleuven.be/alumni/beleidsnota

K.U.Leuven - Rob Stevens
Frans baron van Daele (links) en
vicerector Bart De Moor
K.U.Leuven - Rob Stevens