KU Leuven nieuws
- Onderzoek
- Onderwijs
- Personeel
- Studenten
- Alumni
- Internationaal
- Beleid
- Uw bericht
- Over Campuskrant
- Contact
- Overzicht artikels
- Ad Valvas-berichten
Vint Cerf wordt, samen met Bob Kahn, de vader van het internet genoemd. Hij speelde een belangrijke rol bij de ontwikkeling van TCP/IP, het protocol dat ervoor zorgt dat pakketjes bits van punt A naar punt B kunnen reizen – meer is internet niet. Hij leidde het ICANN, het orgaan dat over internetadressen gaat. Momenteel is hij vice-president van Google, en tech evangelist, op zoek naar nieuwe internettechnologie. Op 16 mei deed hij Leuven aan, met zijn visie op de wording en de toekomst van het internet.
Cerf bezocht Leuven op uitnodiging van LICT (Leuvens Onderzoekscentrum voor Informatie- en Communicatietechnologie) en ICRI (Interdisciplinary Center for Law and ICT). Na een inleiding door professor Peggy Valcke nam Cerf de enkele honderden toehoorders mee naar de pioniersdagen van het internet. Hij besprak de indrukwekkende cijfermatige evolutie, van vier computers in 1969 tot de miljarden gebruikers vandaag, van een in de grond experimentele situatie naar een draagvlak voor nieuwe media, economie en zelfs criminaliteit.De evolutie gaat trouwens verder. Neem de kwestie van internetadressen, de identiteitskaart van een computer op het internet. In het oorspronkelijke opzet, uitgegroeid tot het huidige IPv4, was ruimte voorzien voor ongeveer 4,3 miljard adressen. Veertig jaar geleden leek dat enorm. Probleem is dat die ruimte echter snel ingenomen wordt, zeker met de explosieve groei van allerlei toestellen die aan het internet gekoppeld worden, van pc’s en iPads tot telefoons, koelkasten, auto’s en zelfs - tot Cerfs verbazing - gloeilampen. Het internet of things was nooit voorzien. Als de adresruimte vol zou zijn, ‘blokkeert’ het hele systeem. Oplossing: IPv6, dat, hopelijk in stilte, in de loop van dit jaar IPv4 zal opvolgen en ruimte voorziet voor 3,4 x 1038 adressen. We kunnen weer even verder.
Stupid network
Internet heeft ongetwijfeld gezorgd voor een resem fascinerende ontwikkelingen, maar ook voor onvoorziene problemen. Een typisch voorbeeld is de omgang met privacy. We hebben nood aan een heropvoeding over wat privacy is of zal worden. Zomaar een fotootje online zetten kan implicaties hebben voor mensen die ongewild en ongevraagd mee in beeld gekomen zijn. Of neem de kwestie van het bit rot. We maken een bestand in programma a dat draait op operating system b. Het is een pijnlijke realiteit dat dit bestand over enkele jaren wellicht niet meer gelezen kan worden door de dan bestaande versies van toepassingssoftware of operating systems. Dat levert niet-triviale problemen op, economische, wellicht ook politieke, en zelfs historische: wij zadelen de toekomstige generatie op met bronnen die ze hoogstwaarschijnlijk niet zal kunnen raadplegen.
De grote kracht van het internet is dat het een stupid network is, aldus Cerf. Het doet er niet toe wie wat via welke media aan het internet toevertrouwt. De onderliggende software zorgt ervoor dat alles transparant van zender naar ontvanger gestuurd wordt, zonder vooraf te moeten weten wie die zender en ontvanger zijn. Door die structuur is het mogelijk gebleken steeds weer nieuwe media en steeds weer nieuwe technologie en oude en nieuwe media in het systeem te integreren.
Vervelende planeten
Het ontbreekt ons nog aan aangepaste sociale normen om op een aanvaardbare manier in een digitale wereld actief te zijn, privé, als werknemer, als overheid, als wetgever. Cerf ziet daar niet meteen een snelle oplossing voor. Hij vermoedt dat er niet veel anders te doen is dan eraan te blijven werken, maar au fond het probleem te ondergaan, net zoals je recalcitrante tieners ondanks de beste inspanningen toch maar niet opgevoed krijgt, tot ze zich op een goede dag niettemin ontpoppen tot aanvaardbare volwassenen.
Vint Cerf rondde zijn aanstekelijke betoog af met een commentaar op het interplanetary internet, een Star Trek-achtig concept dat echter de sfeer van de loutere sciencefiction al voorbij is. “Ingenieurs maken realiteit van sciencefiction”. Al zijn er wel enkele fikse problemen. Zo is de snelheid van het licht wat aan de trage kant, en is het voor exacte communicatie ook vervelend dat planeten voortdurend ronddraaien. We haven’t yet figured out how to make them stop doing that, zei Cerf. Hoe lang nog, ingenieurs?
De volledige lezing
De lezing begint na 3 minuten