Maddy Janssens: Studenten 'Mens en organisatie' proeven van de praktijk

Professor Maddy Janssens werkt binnen de Onderzoeksgroep Personeel en Organisatie van de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen en doet onderzoek naar (bedrijfs)culturele verschillen of verschillen in etniciteit en gender in organisaties. 

(c) KU Leuven - Rob Stevens
Maddy Janssens
(c) KU Leuven - Rob Stevens
Ze ontvangt de prijs van de Onderwijsraad voor de manier waarop ze het vak ‘Mens en organisatie’ aanpakt. “Dat vak geef ik als hoorcollege aan zo’n 180 à 200 studenten van de tweede bachelor handelsingenieur”, vertelt Janssens. “In het begin van mijn carrière gaf ik vooral les aan kleinere groepen van 30 tot 50 mensen. Dan komt de interactie automatisch op gang. Maar bij zo’n grote groep van een paar honderden 19-jarigen moet je toch even bedenken hoe hun interesse te wekken en hoe een debat te voeren. Toen ik dat vak kreeg, ben ik samen met professor Bert Overlaet – die hetzelfde vak aan een andere groep doceerde – nagegaan hoe je studenten kan betrekken bij een vak over organiseren en hen dat zelf te laten ervaren.”

Het doel is de studenten bij te brengen hoe je op verschillende manieren activiteiten en processen in een bedrijf kan organiseren en welke effecten die keuze heeft, zowel op een individuele werknemer als bij het team en de organisatie in zijn geheel. “Voor jonge mensen van 19 is die theorie abstract: ze hebben zelf geen of weinig werkervaring. Tegelijkertijd lijkt de theorie voor hen allemaal heel vanzelfsprekend, maar waarom werkt het dan toch niet altijd zo in realiteit?” Janssens deelt de studenten in, in groepjes van 8 à 10 studenten, die in de les samenzitten: “De groepjes stellen ze zelf niet samen, dat doe ik. De groepjes zijn redelijk groot om mee te werken; daardoor merken de studenten dat ze zichzelf als groep ook moeten organiseren. Zo is dat in realiteit voor een team in een bedrijf meestal ook zo.” 

Janssens start elke les met een gevalstudie, via een filmpje of krantenartikel, en stelt er dan een paar vragen over. Elk groepje discussieert erover en komt dan later aan het woord voor de hele groep. “Ik orden de antwoorden op het bord en aan de hand daarvan leg ik de theorie uit. We eindigen dan met een andere oefening. Zo beginnen en eindigen de studenten met een concrete ervaring.”

Na de reeks hoorcolleges volgt nog een aantal projectlessen waarin elke groep een presentatie over een recente organisatievorm voorstelt. Daarbij moeten ze overleggen met de andere groepen, een bedrijf contacteren, en zichzelf en hun groepsleden evalueren. “Ik probeer de studenten zo actief mogelijk te betrekken, omdat de inhoud op die manier beter blijft hangen én omdat ze met deze aanpak zelf ervaren wat organiseren betekent. Zo wordt ook de afstand tussen mezelf en de studenten toch wat overwonnen.”

Ilse Frederickx