Vlaamse jongeren scoren uitstekend voor Engels en gemiddeld voor Frans

Het Engels van de Vlaamse jongeren is uitstekend: ze staan in de Europese top 3 voor lezen, luisteren en schrijven. Voor het Frans zijn de resultaten eerder gemiddeld. Dat blijkt uit de ‘European Survey on Language Competences’ (ESLC). Een interdisciplinair onderzoeksteam van de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen en de Faculteit Letteren nam het Vlaamse luik voor zijn rekening.

In opdracht van de Europese Commissie onderzoekt de ESLC in 14 landen de beheersing van vreemde talen door Europese jongeren. In elk land werd tijdens het schooljaar 2010-2011 de beheersing van de twee meest onderwezen vreemde talen uit de lijst van de vijf meest onderwezen vreemde talen binnen Europa onderzocht. Dat zijn het Engels, het Frans, het Duits, het Spaans en het Italiaans. België nam deel met de drie gemeenschappen. Voor Vlaanderen ging het in totaal om 3.656 leerlingen uit 161 scholen. Leerlingen van het tweede jaar van de eerste graad namen deel voor het Frans en leerlingen van het tweede jaar van de tweede graad voor het Engels.

De Vlaamse jongeren scoren voor het Engels in de top 3 voor lezen, luisteren en schrijven. Een opvallende vaststelling bij dit resultaat is dat het Engels voor de Vlaamse leerlingen de tweede vreemde taal is, terwijl dat voor de andere deelnemende landen buiten België de eerste vreemde taal is. Dat maakt het resultaat des te positiever.

Voor het Frans zijn de resultaten eerder gemiddeld. Ook hier is er echter weer een belangrijke kanttekening te maken. De Vlaamse leerlingen die deelnamen voor het Frans waren tot twee jaar jonger dan de leerlingen van de andere landen waar het Frans dan veelal niet de eerste, maar de tweede vreemde taal is.

Meer Engels dan Frans in vrije tijd

Naast de leeftijdsverschillen verklaren nog andere elementen de prestatieverschillen. “De resultaten van onze Vlaamse jongeren voor het Engels zijn zeer opmerkelijk”, zegt Liesbet Heyvaert (Faculteit Letteren). “Het feit dat ze het Engels pas aangeleerd krijgen nadat al eerst Frans op het programma stond, speelt klaarblijkelijk niet in hun nadeel.” Hier is het contact van de Vlaamse jongeren met het Engels in hun vrije tijd zeker een belangrijke factor. “De Vlaamse jongeren geven aan dat ze veel meer Engels spreken buiten de school dan Frans. In die zin is het Engels in hun leefwereld de eerste vreemde taal en niet het Frans.” 

Ook Piet Desmet (Faculteit Letteren) duidt op het belang van contact met een vreemde taal buiten de school: “De goede prestaties van de leerlingen van de Duitstalige Gemeenschap zijn hiervan een voorbeeld: deze gemeenschap vormt immers een soort enclave binnen een Frans taalgebied. Het contact met het Frans buiten de schoolmuren is daar dus veel groter dan bij onze leerlingen.” Ook de thuistaal is een bepalende factor.

Het onderzoeksteam van de KU Leuven zal nog bijkomende analyses uitvoeren naar de relatie tussen de toetsprestaties en achtergrondkenmerken van de leerlingen. Ook de vergelijking tussen de Vlaamse leerlingen en leerlingen uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar leerlingen buiten de school vaak in contact komen met het Frans, staat nog op het programma. In november zullen de resultaten op deze bijkomende onderzoeksvragen bekend worden gemaakt op een colloquium voor de Vlaamse taalleerkrachten Frans en Engels.

Rianne Janssen (PPW) was hoofdpromotor van het onderzoek. De andere copromotoren - naast Liesbet Heyvaert en Piet Desmet - waren Sarah Gielen (PPW) en Ilse Magnus (Letteren). Het onderzoeksteam bestond uit Karolien Declercq (coördinator), Katrijn Denies, Sabine Beringhs en Thomas Arkens.

Meer informatie over het onderzoek: www.ond.vlaanderen.be/obpwo/links/eslc/