Leuvens team test sprintvermogen van 'Blade Runner' Oscar Pistorius

Oscar Pistorius is een fenomeen. De Zuid-Afrikaanse atleet zonder onderbenen haalde in 2011 op de Wereldkampioenschappen de halve finale van de 400 meter, en eerder dat jaar dwong hij via de rechtbank startrecht af op de ‘gewone’ Olympische Spelen van Londen, waar hij de gebroeders Borlée partij kan geven. Waar Pistorius verschijnt, laait de controverse op: haalt hij uit zijn beenprotheses of blades geen oneerlijk voordeel?

Christophe Delecluse (midden achteraan) neemt tests af bij Oscar Pistorius.
Professor Christophe Delecluse van de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen (FaBeR) is de perfecte man om een antwoord te geven op deze vraag. Het team van Delecluse onderzoekt al jarenlang sprinters, van onze Kim Gevaert tot Usain Bolt, op hun explosiviteit, versnelling, paslengte, ... “Dat sprinters snel zijn, weten we wel. Op basis van de metingen bepalen we in welk deel van de sprint ze nog marge voor verbetering hebben, en wat de optimale trainingsaanpak daarbij is.” In 2010 kreeg Delecluse zo ook de kans om het sprintvermogen van Oscar Pistorius te testen, in samenwerking met de Universiteit Stellenbosch. “Door met atleten met protheses te werken, krijgen we zelf ook een beter inzicht in de biomechanica van de sprintprestatie.”

Geen enkels

Eerste argument tegen protheses: het gaat louter om technologie, met een betere loopprothese sprint je sneller. “Zo simpel ligt het niet”, zegt Delecluse. “Als sprinten uit één fase bestond, dan zou er een perfecte loopprothese – of blade – bestaan. Maar een sprint is biomechanisch vrij complex, en bestaat uit vier fases. Er is niet één blade die in alle vier die fases optimaal rendeert. In een sprint streeft de atleet naar een optimale overdracht van de energie, zodat spierkracht in horizontale snelheid wordt omgezet. De strekking van de enkel speelt tijdens de eerste stappen een grote rol. Je ziet al het probleem: amputees als Oscar Pistorius hébben helemaal geen enkelgewricht. Het enige wat ze bij de start kunnen doen, is hun blades zo hard mogelijk tegen de grond slaan (zie foto). Een voordeel kan je dat moeilijk noemen. Pistorius start dan ook systematisch trager dan de rest van het veld.”

Maar kan Pistorius met zijn blades geen grotere passen nemen? “We hebben zelf vastgesteld dat de staplengte en pasfrequentie van Pistorius binnen de marges van gewone lopers liggen: bij 10 meter per seconde zet hij 4,6 passen per seconde met een lengte van 2m20. De blades zijn dus geen zevenmijlslaarzen, zoals men soms beweert. Er zijn wel verschillen. Elke pas bestaat uit een afstootfase en een doorhaalfase. Een blade weegt minder dan een been, dus kan je het in principe sneller doorhalen. Maar de afstoot op de blade duurt dan weer iets langer bij Pistorius. De combinatie van beide verschillen brengt ons terug bij een ‘normale’ pasfrequentie.”

Snelste zonder benen

Daarmee is nog niet verklaard waarom precies Pistorius de snelste man zonder benen is. “Pistorius is door omstandigheden de ‘perfecte amputee’. Hij werd met onderbenen geboren, maar al vóór zijn eerste verjaardag werden die geamputeerd toen men daar een onvolgroeid bot in vaststelde. Pistorius zette zijn eerste stapjes op prothesen, in tegenstelling tot atleten die op latere leeftijd hun benen verloren. Hij heeft ook niet het nadeel van ‘single amputees’ dat hij op twee verschillende benen moet lopen.”

Conclusie? “Een volledig ‘objectieve’ optelling van alle factoren kan je nooit maken. Maar niets wijst op een evident voordeel van lopen op blades. De andere lopers aanvaarden Oscar Pistorius momenteel als één van hen, al besef ik dat dat snel kan veranderen, als hij ooit de allersnelste zou worden. Het sterkste argument pro Pistorius blijft dit: er zijn veel blade runners, maar er is er slechts één die in de buurt komt van de gewone lopers. Pistorius is gewoon een heel bijzondere atleet zoals je er in de sport maar zelden ziet.”