Zijn onze jongeren gsm-verslaafd?

Het mobieltje lijkt een onmisbaar verlengstuk van elke opgroeiende tiener. Onderzoekers doopten het de Mobiele Jongerencultuur. Maar welke cijfers schuilen er achter die ‘verslaving’? Wie zijn die kwistig sms’ende jongeren, waarover gaat het, en vooral: is er een probleem?

(c) KU Leuven - Rob Stevens
Mariek Vanden Abeele: “Veel ouders ergeren zich aan het gsm-gebruik van hun kinderen. Maar gaat het niet om een klassieke generatiekloof?”
(c) KU Leuven - Rob Stevens
“We hebben verbazend weinig cijfers over gsm-gebruik bij jongeren”, vertelt communicatiewetenschapster Mariek Vanden Abeele. Dus verzamelde ze die cijfers voor haar doctoraat: in het najaar van 2010 peilde ze bij meer dan duizend 10- tot 12-jarigen en bijna tweeduizend 12- tot 18-jarigen naar hun gsm-gebruik.

“Eerste vaststelling: de gsm is wel degelijk alomtegenwoordig: in het vijfde leerjaar bezit een kleine helft van de jongeren een gsm, in het eerste middelbaar bijna iedereen. Die overgang naar het middelbaar is cruciaal: de sociale en geografische radius van de jongere vergroot met een klap, en daar hoort duidelijk een gsm bij.”

“Gemiddeld kregen ze hun eerste gsm toen ze 11 jaar waren. En dat cijfer is bijna twee jaar oud, het verlaagt nog steeds. Jongeren met gescheiden ouders krijgen sneller een gsm. Dat is ook praktisch: er moet meer geregeld worden.”

De gsm piekt als statussymbool rond 12 à 14 jaar. Logisch, vindt Mariek Vanden Abeele: “Op die leeftijd neemt de identiteitsontwikkeling een spurt. Het zijn vooral de jongere tieners – en in het bijzonder meisjes – die hun gsm personaliseren met accessoires, en die het merk belangrijk vinden. Status speelt ook een veel grotere rol bij jongeren uit lagere socio-economische milieus, met verschillende etnische achtergrond, en zwakke leerlingen. Hier lijkt een soort compensatiemechanisme aan de gang.”

Sexting

  • In het zesde leerjaar heeft 60 procent een gsm, in het eerste middelbaar bijna 100 procent. (*)
  • Tieners sturen ongeveer 120 sms’jes per week, of 15 sms’jes per dag.
  • 40 procent stuurt sms’jes tijdens de lesuren; buiten de schooluren stuurt 70 procent sms’jes om schoolwerk te bespreken.
  • 70 procent voelt zich ongemakkelijk wanneer ze hun gsm vergeten zijn.
  • 6 procent heeft aan ‘sexting’ gedaan, 9 procent heeft pornografische beelden op de gsm staan.

(*) Cijfers van eind 2010, het gsm-bezit stijgt nog steeds.

Maar wat doén jongeren met hun mobieltje? Mariek Vanden Abeele: “Toch vooral sms’en: gemiddeld versturen ze 120 sms’jes per week, al zijn er ook extremen die aan duizend sms’jes komen. Telefoneren gebeurt nauwelijks: de helft belt minder dan vijf keer per week, één op vier ‘bijna nooit’.”

Waarover gaat al die communicatie? “Meestal dagdagelijkse afspraken, of ‘textversaties’, kletsen als tijdverdrijf. Je merkt aan het gebruik ook dat een gsm een tweesnijdend zwaard is: natuurlijk is het storend als tieners zitten te sms’en tijdens de les (40%), maar ze gebruiken hem ook massaal om huiswerk te bespreken (70%).”

Ook verrassend: meisjes gebruiken hun gsm vaak als dagboek. Ze bewaren er persoonlijke sms’jes en foto’s op. Minder onschuldig zijn de cijfers voor ‘sexting’, een samentrekking van ‘sex’ en ‘texting’. Zes procent van de jongeren heeft al eens een naaktfoto of foto in lingerie van zichzelf gemaakt en doorgestuurd naar vrienden. En negen procent – vooral jongens – beweert pornografische beelden op zijn mobieltje te hebben.

Virtuele navelstreng

Nog een cijfer: zes jongeren op tien vinden hun gsm ‘erg belangrijk’. Een groot deel voelt zich zelfs ongemakkelijk zonder mobieltje op zak. Is de jeugd gsm-verslaafd? Mariek: “Verslaving is een groot woord, dan denk je meteen aan problematisch, afwijkend gedrag. Terwijl gsm-gebruik de norm is bij jongeren. Ik zou eerder zeggen: ze zijn verknocht aan hun gsm."

"Ik merk wel dat veel ouders zich ergeren aan het gsm-gebruik van hun kinderen. Maar gaat het hier niet gewoon om een klassieke generatiekloof? Uit ander onderzoek blijkt dat overvloedig sms’en typisch tot die levensfase behoort: het piekt rond 16 jaar, maar het daalt net zo goed weer rond 25 jaar. Om te sms’en moet je trouwens met twee zijn: gaat het om een gsm-verslaving of een sociale verslaving?”

“Die gsm is op tal van manieren met hun leven verweven: hij speelt een belangrijke rol in hun relaties met vrienden en familie. Ouders moeten dat beseffen als ze hun tiener bijvoorbeeld als straf een week zonder gsm zetten. Zo’n nieuw medium houdt altijd mogelijkheden en risico’s in: emancipatie enerzijds, ‘sexting’ en cyberpesten anderzijds."

"Mijn advies aan ouders: bewaak het gsm-gebruik van je kind, maar verbied het niet. Kies voor sensibilisering, en ga er voor een stuk in mee. Dat gebeurt trouwens ook al: jongeren die sms’en met hun ouders, blijven dat als jongvolwassenen doen. Er bestaat vandaag de dag zoiets als een virtuele navelstreng.”

Er is dus een mobiele jongerencultuur? Mariek: “Moeilijk te zeggen. Die gsm is belangrijk, maar hij is slechts één element in het pakket aan communicatiemogelijkheden van jongeren. Tieners zitten bijvoorbeeld veel langer op het internet, dat ze ook veel moeilijker zouden kunnen missen, zeggen ze. Anderzijds neemt het gebruik van smartphones nog altijd toe: dat is internet en gsm in één. We zitten nog lang niet aan het eind van die evolutie.”

Auteur: Wouter Verbeylen