KU Leuven nieuws
- Onderzoek
- Onderwijs
- Personeel
- Studenten
- Alumni
- Internationaal
- Beleid
- Uw bericht
- Over Campuskrant
- Contact
- Overzicht artikels
- Ad Valvas-berichten
Vandaag doen zes op de tien Vlaamse volwassenen aan sport, veertig jaar geleden was dat minder dan één op vijf. ‘Losse’ vormen van sportbeoefening blijken terrein te winnen op clubsport. In het boek Vlaanderen sport! verzamelde de Onderzoeksgroep Sport- & Bewegingsbeleid, onder leiding van professor Jeroen Scheerder, de resultaten van vijf grootschalige sportparticipatiestudies die sinds eind jaren zestig zijn uitgevoerd aan de KU Leuven. Enkele vaststellingen op een rijtje.
Inhaalbeweging van vrouwen en 40-plussers
De stijging van het aandeel sporters is het grootst bij de volwassenen boven de veertig jaar. Mensen blijven dus langer sporten dan vroeger. Bovendien zijn er heel wat volwassenen die vandaag aan sport doen en dat nog niet deden toen ze tien jaar jonger waren. Tijdens de twintigste eeuw was sporten vooral een mannenaangelegenheid, maar inmiddels hebben de vrouwen de mannen helemaal bijgebeend. Er zijn nu evenveel mannelijke als vrouwelijke sporters.
Populariteit clubs neemt af
Steeds minder kinderen en jongeren beoefenen hun sport in clubverband. Hoewel nog iets meer dan de helft van hen de weg naar de sportclub vindt, is het duidelijk dat meer en meer kinderen en jongeren hun sportplezier elders zoeken. Bij volwassenen neemt het aantal clubsporters iets toe, maar die stijging is relatief klein vergeleken met de algemene toename van de sportparticipatie. Sporten in licht georganiseerd verband – met een groepje vrienden bijvoorbeeld – zit bij volwassenen duidelijk in de lift. Vooral bij vrouwen, hoogopgeleiden en mensen met een hoog inkomen is sport light populair.
Zumba en spinning zijn hot
De populairste nieuwkomer onder de sporttakken is zumba, zowel bij meisjes uit het secundair onderwijs als bij volwassen vrouwen. Andere sterke nieuwkomers zijn spinning bij volwassen mannen, ropeskipping bij meisjes uit het lager onderwijs en circustechnieken bij jongens uit het lager onderwijs. Als we naar de meest beoefende sporten kijken, valt de opmars van solosporten op, zowel bij kinderen, jongeren als volwassenen. Bij de volwassenen staan van alle niet-solosporten alleen nog tennis en veldvoetbal in de top tien.
Geen democratisering
Jongeren uit het algemeen secundair onderwijs scoren beduidend hoger voor sportdeelname dan hun leeftijdsgenoten uit het technisch, kunst- of beroepsonderwijs. Daar is de voorbije decennia geen verandering in gekomen. Ook de sociale achtergrond speelt een rol: hoe hoger de opleiding van de ouders en hoe hoger het gezinsinkomen, hoe groter de kans dat de kinderen sporten. Van een democratisering van de sportbeoefening is er dus vooralsnog geen sprake.
Jeroen Scheerder, Hanne Vandermeerschen, Julie Borgers, Erik Thibaut en Steven Vos, ‘Vlaanderen sport! Vier decennia sportbeleid en sportparticipatie’, Academia Press, 2013