Jacques Rogge over de dualiteit van sport

"Wat hebt u onthouden van het voorbije sportjaar? Hoogstwaarschijnlijk: Usain Bolt en Michael Phelps, maar anderzijds ook Lance Armstrong.” Met die openingszin schetste Jacques Rogge, voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité en eredoctor van de KU Leuven, meteen de dualiteit in de sociale rol van sport. Op woensdag 27 februari kwam hij naar Leuven om over dat thema te spreken. 

(c) KU Leuven - Rob Stevens
Voor de lezing kreeg een twintigtal studenten de gelegenheid om kennis te maken met de IOC-voorzitter tijdens een diner.
(c) KU Leuven - Rob Stevens
De Faculteit Rechtsgeleerdheid, die Rogge had uitgenodigd, organiseerde voorafgaand aan de lezing een diner waarop een twintigtal studenten de kans kreeg de eredoctor hun vragen voor te leggen. Daarna richtte Rogge – aangekondigd als arts, sporter, diplomaat en wereldleider – zich tot het publiek in de Grote Aula.

Crisis aan de basis

Hij overliep kort de geschiedenis van de sportbeoefening, die zo oud is als de civilisatie en de krijgskunsten. De eerste georganiseerde sportcompetities – de Olympische Spelen – ontstonden zo’n drieduizend jaar geleden.  

Daarna schetste Rogge zowel het belang van sport in de maatschappij van vandaag als de uitdagingen en gevaren waarvoor ze zich geplaatst ziet.

“Sport kent vandaag een zeer grote participatiegraad en geniet zeer veel media-aandacht. Ze levert een belangrijke bijdrage tot de gezondheid, tot de sociale integratie van minderheden en tot de opvoeding van de jeugd. Alleen al België telt 18.000 clubs, 1,2 miljoen competitiesportbeoefenaars, meer dan één miljoen recreanten en 200.000 fantastische vrijwilligers.”

De echt grote organisaties, zoals IOC en FIFA, hebben ook weinig financiële problemen, stelde Rogge. “Van hun ongeveer 5 miljard dollar inkomsten investeren zij 94% in sport aan de basis, vooral in ontwikkelingslanden. Sport op dat niveau genereert grote inkomsten: via evenementen, via media-aandacht en via overheidssteun.” 

Sport aan de basis heeft echter wel te lijden onder de crisis. “De lokale sponsors haken af en er zijn veel minder overheidssubsidies. De ticketverkoop en de merchandising hangen af van de consumptie en die consumptie daalt. Gelukkig zijn er nog de vrijwilligers waarop kleinere clubs kunnen steunen voor hun werking.”

Drop-out

Rogge ging ook in op de toenemende inactiviteit van de jeugd. “Jongeren zitten vandaag 35 tot 40 uur per week voor een scherm. Alleen al in België lijdt 18% van de jongeren tussen 3 en 17 jaar aan overgewicht en 9% aan obesitas. Het is de taak van ouders en school om jongeren naar sportclubs te leiden en vooral om ze in de sportclubs te houden, want er bestaat een grote drop-out tussen 15 en 17 jaar.”

Maar de grootste gevaren voor de sport liggen op het vlak van ethiek en waarden. “Het IOC heeft belangrijke stappen gezet in de bestrijding van doping, illegaal gokken, hooliganisme en racisme. De belangrijkste stap op elk van die punten was wellicht de structurele samenwerking met de overheid. Maar ook op het vlak van gezondheid, aanslagen op de waardigheid van de atleten en het wegwerken van de ongelijkheid tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden zijn vorderingen gemaakt.”

(c) KU Leuven - Rob Stevens
(c) KU Leuven - Rob Stevens
Morele plicht

Na afloop van zijn uiteenzetting beantwoordde Jacques Rogge nog liefst zevenendertig vragen uit het publiek. Het zal weinig verwondering wekken dat er daar tien over doping bij waren. Zo vroeg één van de aanwezigen of het wielrennen niet geschrapt zou moeten worden als olympische sport? Rogge antwoordde daarop dat we het kind niet met het badwater mogen weggooien: “De grote meerderheid van de wielrenners sport zuiver. Enkel de schuldigen moeten worden gestraft.” Op de vraag of we geen tolerantie moeten inbouwen ten overstaan van doping was zijn antwoord: “Dat is ethisch totaal onverantwoord. We hebben de morele plicht om te strijden tegen doping. Wij moeten erover waken dat de gezondheid van de atleten niet in het gedrang komt.”

Een andere vraag was of de organisatie van Olympische Spelen nog verantwoord is in tijden van crisis. Rogge: “We merken dat er stilaan minder kandidaat-organisatoren zijn, maar de Spelen zijn wel degelijk verantwoord, als ze een positieve, duurzame erfenis nalaten voor het land dat ze organiseert.” En in hoeverre moet het IOC daarbij ook de mensenrechten in dat land in rekening nemen? “Gelijk welk land dat de Spelen mag organiseren, stelt zich bloot aan de wereld. Wij beoordelen het sportieve, niet de mensenrechten. Daarvoor zijn wij niet bevoegd.” 

Luc Vander Elst

(c) KU Leuven - Rob Stevens
(c) KU Leuven - Rob Stevens
(c) KU Leuven - Rob Stevens
(c) KU Leuven - Rob Stevens
(c) KU Leuven - Rob Stevens
Bij de genodigden waren ook Jan Goffin (decaan geneeskunde), Annemie Draye (decaan rechten UHasselt) en Harry Martens (ererector UHasselt).
(c) KU Leuven - Rob Stevens
(c) KU Leuven - Rob Stevens
(c) KU Leuven - Rob Stevens
(c) KU Leuven - Rob Stevens
Professor Hendrickx overhandigt de Sportcodex aan dr. Rogge.
(c) KU Leuven - Rob Stevens
(c) KU Leuven - Rob Stevens
(c) KU Leuven - Rob Stevens
(c) KU Leuven - Rob Stevens
Professor Bernard Tilleman, decaan van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, leidt de lezing in.
(c) KU Leuven - Rob Stevens
(c) KU Leuven - Rob Stevens
(c) KU Leuven - Rob Stevens