"Met geboortebeperking los je armoede niet op"

Welk wetenschappelijk idee is volgens onze proffen en onderzoekers rijp voor de prullenmand?

© KU Leuven - Rob Stevens
Geograaf Gerard Govers
© KU Leuven - Rob Stevens
Thomas Malthus schreef in het begin van de 19de eeuw al dat er onvoldoende voedsel op de aarde zou zijn als de bevolking te sterk zou blijven groeien. “Zijn ideeën bestaan nog”, zegt geo- en demograaf Gerard Govers. “Soms worden ze zelfs omgezet in beleid, en dan heb je een enorm probleem. De aarde kan meer aan dan doemdenkers weleens te kennen geven.”

Als je de grafiek van de bevolkingsgroei bekijkt, blijft die de hele tijd vlak, tot ze in de 19de eeuw plots exponentieel omhoog gaat. Dat is toch een probleem?

“Oppervlakkig bekeken wel, en in die zin kan je Malthus wel volgen. Zelfs twee procent groei leidt op lange termijn al tot cijfers die op het eerste gezicht dramatisch zijn. Die logica is echter statisch: niet alleen de bevolking groeit, maar ook de landbouwproductiviteit. Wat je vandaag extrapoleert, houdt geen rekening met de toestand of de mogelijkheden van morgen.”

Waarom werkt zo’n beleid niet?

“De kernidee van Malthus leeft nog in sommige middens. Erger nog, ze wordt soms gebruikt als basis voor een politiek van geboortebeperking, die zogenaamd de armoede moet terugdringen. Dat is gebeurd in China, in India – op Amerikaans aangeven – en in een aantal Afrikaanse landen. Telkens weer blijkt zo’n beleid niet te werken, en leidt het tot schrijnende sociale toestanden.”

“Omdat het gebaseerd is op een foute kijk op de oorzaak van het kinderaantal. Dat heeft eerst en vooral te maken met een hoge kindersterfte: als je die terugdringt, is het aantal noodzakelijke geboorten sowieso lager. De onderliggende redenen hebben onder andere te maken met een gebrek aan zekerheid voor de oude dag: meer kinderen is meer kans op opvang voor ouderen. Meer kinderen betekent ook meer arbeidskracht. Er is vaak ook sociale en moreel-religieuze druk. Als je in zo’n cultuur ouders met veel kinderen gaat bestraffen, vraag je om moeilijkheden.”

“Je moet de logica omkeren. Het is niét zo dat een groot kindertal zorgt voor armoede, maar net andersom. Je moet dus eerst en vooral de armoede en de kindersterfte aanpakken. De cijfers geven heel duidelijk aan dat dáárdoor het aantal kinderen daalt. De bevolking groeit, maar ook de draagkracht van de samenleving. Dat kan je mooi volgen op de demografische website gapminder.com, waar je tal van parameters tegen elkaar kunt uitzetten, voor alle landen, en voor een heel lange periode. Dat leert je dat een eenvoudige causaliteit zoals Malthus of moderne volgelingen – zoals Paul Ehrlich in The Population Bomb – die voorstellen, niet juist is.”

Hoe pak je armoedebestrijding dan het beste aan?

“Daar zijn natuurlijk heel wat wegen voor. Maar het belangrijkste is, denk ik, naast het terugdringen van kindersterfte, empowerment voor vrouwen. Als je ervoor zorgt dat vrouwen beter opgeleid zijn, werken ze aan hun loopbaan en verandert hun kijk op kinderen. Ze zullen hun opleiding en hun economische kansen dan ook willen doorgeven en dat kan veel beter als er minder kinderen zijn. Verder wil je er natuurlijk voor zorgen dat er ondersteuning is voor geboorteplanning. Uiteraard is er meer nodig om een samenleving een betere toekomst te geven, maar betere mogelijkheden voor vrouwen zijn wel een sleutelfactor.”

“Ik geloof niet in de dramatische conclusies van de neomalthusianen. Maar dat belet niet dat het kinderaantal een belangrijk gegeven is, en dat er een verstandig beleid rond gevoerd moet worden. Maar nogmaals: niet met dwang, en niet als oplossing van het armoedeprobleem. Investeringen, een vrouwvriendelijk klimaat, aandacht voor goed onderwijs zijn veel belangrijker in de strijd tegen de armoede.”

“De essentie is dat je de verhouding tussen de mens en zijn omgeving als een dynamisch fenomeen moet bekijken, niet als een statisch ­gegeven.”

Hebben geografen wel vaker te maken met theorieën die rijp zijn voor de prullenmand?

“Zeker: vaak gaat het om onverantwoorde vereenvoudigingen. Neem bijvoorbeeld de agro-ecologische landbouw. Die zou een alternatief zijn voor de ontwikkeling van ons voedselsysteem. Zo eenvoudig is het niet. Er is bijvoorbeeld een probleem van productiviteit. Zogenaamd alternatieve landbouw hinkt hier eenvoudig achterop, en kan daardoor op termijn evengoed een hypotheek zijn op echte duurzaamheid. Bovendien mag je de hoogtechnologische landbouw niet met alle zonden Israëls beladen. Ook die landbouw maakt volop gebruik van biologische methodes en probeert zijn impact op het milieu om allerlei redenen heus wel te beperken. Het gaat om complexe, dynamische systemen. Simplisme is niet aan de orde.”

Ludo Meyvis

Welk idee is volgens jou rijp voor de prullenmand? Discussieer mee op Twitter via #Campuskrant