Sneeuwstormen hebben impact op ijskap Antarctica

Het massaverlies van de ijskap wordt in Oost-Antarctica gedeeltelijk gecompenseerd door sneeuwmassa van enkele hevige stormen uit 2009 en 2011, veroorzaakt door atmosferische rivieren. Zo stelt een internationaal onderzoeksteam onder leiding van de KU Leuven.

Atmosferische rivieren zijn lange, smalle stromen van vochtige lucht die zich boven zeegebied over duizenden kilometers kunnen uitstrekken. Ze transporteren grote hoeveelheden water de aardbol rond. Hoewel atmosferische rivieren al berucht waren voor hevige regenval en overstromingen, wordt hun belang voor het klimaat van Antarctica nu pas duidelijk.

Een internationaal onderzoeksteam onder leiding van Irina Gorodetskaya van de Onderzoeksgroep Regional Climate Studies ging aan de slag met meteorologische data die in de Prinses Elisabethbasis op Antarctica werden verzameld. Via geavanceerde weermodellen namen ze de impact van atmosferische rivieren op de massa van de ijskap onder de loep.

De onderzoekers bestudeerden twee hevige sneeuwstormen op Oost-Antarctica – respectievelijk in mei 2009 en februari 2011 – en ontdekten dat de passage van atmosferische rivieren de stormen had veroorzaakt. De meetapparatuur in het poolstation, nabij de kust van Koningin Maud Land in Oost-Antarctica, detecteerde bij elk van de stormen het sneeuwequivalent van 5 centimeter aan water, goed voor telkens 22 procent van het jaarlijkse totaal aan sneeuwval. De data wijzen op het indrukwekkende vermogen van atmosferische rivieren om sneeuw aan te maken. “We ontdekten dat de 9 atmosferische rivieren die Oost-Antarctica in 2009 en 2011 aandeden, verantwoordelijk waren voor 80 procent van de sneeuwmassa rond de Prinses Elisabethbasis”, zegt Irina Gorodetskaya.

Dat dit belangrijke gevolgen heeft voor de massa van de ijskap, staat volgens de onderzoekers buiten kijf. “Het is even belangrijk inzicht te verwerven in atmosferische processen, wolkenvorming en sneeuwval als te begrijpen hoe de ijsstroming reageert op opwarming”, zegt professor geografie Nicole Van Lipzig, coauteur van de studie.

Een afzonderlijke studie toonde eerder al aan dat de zuidelijke ijskap de laatste twee decennia aanzienlijk massa heeft verloren – aan een gemiddeld tempo van 68 gigaton per jaar. “Voor de jaren 2009 en 2011 vormt de afwijkende sneeuwval in Oost-Antarctica echter een tegengewicht. De toename op Koningin Maud Land kwam in 2009 alleen al overeen met 200 gigaton, gelijk aan liefst 15 procent van het massaverlies over de laatste 20 jaar”, aldus Irina Gorodetskaya.

“Onze resultaten mogen echter niet gelezen worden als een bewijs dat de impact van klimaatopwarming kleiner zou zijn dan gedacht of zelfs omgekeerd kan worden. Integendeel: door klimaatverandering steken regionale weersverschijnselen nadrukkelijk de kop op, in afwijkende vorm. Om de huidige klimaatverandering beter te begrijpen, moeten we steeds meer rekening houden met extreme weersfenomenen, zoals atmosferische rivieren en de bijhorende afwijkingen voor neerslag en temperatuur.”

Fran Herpelinck / Jack McMartin