Je tuin heeft meer in huis dan je denkt

Door je tuin slim te beheren, bewijs je het milieu een dienst en kan je klimaatverandering tegengaan. Voor haar doctoraat bekeek bio-ingenieur Valerie Dewaelheyns over welk (ecologisch) potentieel onze hofjes beschikken en hoe we het gebruik ervan kunnen verbeteren. “Het belangrijkste is dat mensen beseffen dat hun tuin deel uitmaakt van een groter geheel.”

© Gudrun Makelberge
© Gudrun Makelberge

Over de ideale inrichting van een tuin lopen de meningen sterk uiteen. Terwijl de een zijn hofje gebruikt voor de groentekweek, poot de ander er liever een terras of jacuzzi neer. Wel zijn we het erover eens dat er tegen de tuinwens van de Vlaming geen kruid gewassen is. En dat blijkt ook uit de cijfers (zie kader). Meer dan tachtig procent van de Vlaamse huishoudens woont in een huis met een tuin of terras. Maar weten we wel genoeg over ons gegeerde lapje grond? En benutten we het optimaal?

“Niet altijd”, zegt Valerie Dewaelheyns. “Vaak hebben mensen geen flauw benul van het potentieel van hun tuin.” Daar wil ze verandering in brengen. Voor haar doctoraat deed Dewaelheyns uitgebreid onderzoek naar privétuinen in Vlaanderen. Ze ging na hoe de Vlaming zijn lapje grond beheert en geeft een frisse kijk op de mogelijkheden die tuinen ons bieden. “Een slim tuinbeheer kan bijdragen aan de gezondheid en de biodiversiteit”, zegt ze. “Bovendien kan het klimaatverandering tegengaan. Het is mijn bedoeling mensen daarvan bewust te maken.”

Opvoedend moestuintje

Een blik op de cijfers leert ons dat privétuinen in Vlaanderen zo’n acht procent van de totale oppervlakte innemen. Dat is een fractie minder dan de elf procent aan bossen. Toch bestaat er maar weinig regelgeving rond. “Toen ik aan de slag ging, was er naar privétuinen amper onderzoek gevoerd”, zegt Dewaelheyns. “In tegenstelling tot bossen en landbouwpercelen zijn ze zeer beperkt gedocumenteerd. Dat komt omdat academici en beleidsmakers maar weinig belangstelling toonden voor het belang ervan.”

Dat was vroeger nochtans anders. Het woonideaal van een ‘huis met tuin’ stamt al uit de negentiende eeuw. Het werd uitvoerig gepromoot door de toenmalige regering die er de sociale wantoestanden mee wilde wegwerken. “Aanvankelijk hadden tuinen een opvoedende functie”, zegt Dewaelheyns. “Rond die periode leefde de bevolking uit de lagere klassen in erbarmelijke omstandigheden. Ze had te kampen met armoede, alcoholisme, incest … De regering bedacht dat een huis met een moestuintje die problemen zou kunnen oplossen. Door groenten te telen konden mensen hun eigen voedsel produceren, honger tegengaan en discipline kweken. Bovendien hadden ze minder tijd om op café te zitten (lacht).”

Het nieuwe woonideaal wierp zijn vruchten af. Sterker nog, het werd een absolute must voor latere generaties. Al is de functie van die tuin in de loop der jaren veranderd. “Naarmate de sociale welvaart steeg, daalde het belang van de moestuin”, zegt Dewaelheyns. “Voedselvoorziening werd minder belangrijk en tuinen werden veeleer ruimtes voor ontspanning, denk maar aan de huidige trend van buitenkeukens en wellness in de tuin. Tegenwoordig hebben de meeste mensen een siertuin. Toch blijkt de interesse voor moestuinieren weer toe te nemen. Al gebeurt dat minder uit noodzaak, en meer vanuit een drang naar zingeving. Net zoals mensen opnieuw graag aan het fornuis staan of hun eigen truien breien.”

Klimaatverandering

Volgens Dewaelheyns is voedselvoorziening maar één van de vele troeven die we binnen handbereik hebben. “Er zijn nog tal van andere ecosysteemdiensten aanwezig in onze tuin. Dat zijn voordelen die ontstaan uit de wisselwerking tussen de omgeving en de daar levende organismen. Denk maar aan de productie van hout, waarmee we de open haard kunnen aanmaken, of vers regenwater.”

Vlaamse tuinen in cijfers

Privétuinen beslaan in Vlaanderen 8 procent van de oppervlakte, bijna zoveel als de 11 procent aan bos.

Ruim acht op de tien woningen hebben een tuin.

In 99 % van de tuinen is er gazon. Meestal neemt die meer dan 50% van de totale tuin in beslag.

In 37 % van de tuinen is een moestuin aanwezig.

Vlaamse tuinen brengen jaarlijks zo’n 1.310 kg groenten per hectare moestuin voort, en 216 kg fruit per hectare tuin.

Gazonbodems in de Vlaamse tuinen zouden samen 901.712 ton koolstof méér kunnen opslaan dan ze nu doen. Dat zou neerkomen op 38.732 kg koolstof per hectare gazon, ongeveer zoveel als akkerland.

De cijfers komen uit verschillende databanken uit de periode 2005-2009.

Daarnaast zijn er ook een pak ecosysteemdiensten die bevorderlijk zijn voor het milieu. “Weinigen weten het, maar door gazon efficiënt te gebruiken, kunnen we de klimaatverandering tegengaan. In de bodem wordt immers koolstof opgeslagen die broeikasgas afbreekt.” In samenwerking met de Bodemkundige Dienst van België onderzocht Dewaelheyns het koolstofgehalte in gazons. “Dat bleek veel te laag te zijn”, zegt ze. “Maar dat kan verholpen worden door het grasmaaisel te laten liggen. Net zoals een boom in de tuin koolstof kan vastleggen. Allemaal kleine maatregelen die weinig moeite kosten en helpen bij het tegengaan van de klimaatverandering.”

Dewaelheyns bestudeerde ook de impact van het gebruik van meststoffen op tuinbodems. Ze ontdekte dat Vlaamse tuiniers meer meststoffen gebruiken dan nodig. Nochtans zijn die erg slecht voor het milieu. “Van pesticiden weet iedereen dat ze schadelijk zijn, maar meststoffen worden vaak als ongevaarlijk beschouwd. Tuiniers gaan hun stukje grond riant bemesten omdat ze dat zo gezien hebben bij hun vaders of grootvaders. Ze weten dikwijls niet dat een overmatig gebruik van die stoffen zorgt voor een lagere kwaliteit van het bodemwater. Dat kunnen we verhelpen door tuiniers te informeren, sensibiliseren en ondersteunen.”

Groter geheel

Om het tuiniers mogelijk te maken het potentieel van hun tuinen te verhogen, ontwikkelde Dewaelheyns een toolbox met strategieën en aanbevelingen. “Geleidelijk aan moeten we de kennis en het gedrag van de tuiniers veranderen”, zegt ze. “Dat kan door ze bewust te maken van de mogelijkheden die hun tuinen bieden, en ze te stimuleren om die te benutten. Zodra dat gebeurd is kunnen we hen op maat gemaakt tuinadvies geven of hen laten deelnemen aan specifieke wijkprojecten. In bepaalde gevallen kunnen overheidsrichtlijnen en regelgeving soelaas bieden.”

Dewaelheyns beseft dat het een werk van lange adem is. “Tuiniers zullen hun gedrag niet van de ene op de andere dag veranderen. Daarom is het van het grootste belang dat we nu al van start gaan en het potentieel van onze tuinen verder blijven onderzoeken. Een langdurig proces, maar het kan werken. Denk maar aan het sorteren van afval: de overheidscampagne daarrond ging moeizaam van start, maar intussen is sorteren ingeburgerd geraakt.”

Tegelijkertijd blijft de tuin natuurlijk een privé-aangelegenheid. “Ik wil mensen dan ook niet dicteren wat ze met hun tuin moeten aanvangen. Maar alle beetjes kunnen helpen. Uit cijfers blijkt dat Belgen in 2013 tussen de 200 en 500 euro aan hun tuin spendeerden. Daarmee kan al veel goeds gebeuren. Individuele veranderingen lijken misschien bescheiden en onbeduidend, maar wanneer duizenden tuiniers zo’n positieve verandering uitvoeren, kan de impact aanzienlijk zijn. Het belangrijkste is dat mensen beseffen dat hun tuin deel uitmaakt van een groter geheel.”

Pieter-Jan Borgelioen

Voor meer info: valerie.dewaelheyns@ees.kuleuven.be