KU Leuven nieuws
- Onderzoek
- Onderwijs
- Personeel
- Studenten
- Alumni
- Internationaal
- Beleid
- Uw bericht
- Over Campuskrant
- Contact
- Overzicht artikels
- Ad Valvas-berichten
Het is een sombere dag waarop Dirk Braeckman ons ontvangt in zijn atelier aan de Gentse kaaien. De loods die zijn werkruimte vormt, is slecht bestand tegen de regen, die tijdens het hele gesprek aanhoudend op de koffietafel druppelt. Dotty, de hond, draait aan onze voeten ongedurig in het rond. Het wordt een lang, soms moeilijk gesprek, want hoe praat je over kunstfoto's? Hoe leg je ze uit? "Liefst helemaal niet", zegt Braeckman. "Je kan er wel over nadenken, en dat doe ik ook voortdurend. Maar verbaal ben ik niet zo sterk. De uitleg laat ik over aan de schrijvers en de critici."
Dirk Braeckman studeerde eind jaren '70 fotografie aan de Academie van Gent. "Eigenlijk een tijdelijke keuze", vertelt hij. "Ik was nooit écht van plan fotograaf te worden. In mijn jeugd schilderde ik vooral, en toen ik mij aan de Academie ging inschrijven, dacht ik wel een jaartje fotografie te kunnen gebruiken voor mijn schilderkunst. Maar ik ben er dus 'ingebleven'. Mijn eerste ambitie toen ik afstudeerde: in totale vrijheid kunnen werken. Maar dat lukte natuurlijk niet. Ik heb die eerste jaren veel trouwreportages moeten maken om een inkomen te hebben. Ik heb toen met mijn boezemvriend Carl De Keyzer de galerij en het gelijknamige tijdschrift XYZ opgericht. Bedoeling was zelfbedruipend te zijn, en uiteindelijk lukte dat ook. We hebben die galerij zeven jaar gehouden, tot 1989, en we verrichtten er pionierswerk: we besteedden naast fotografie ook veel aandacht aan de andere kunsten."
"Daar heb ik jaren voor gepleit, om de fotografie vooral niet af te zonderen van de rest. Nu moet ik daar een beetje van terugkomen, want ik begin te vrezen dat de fotografie stilaan volledig geabsorbeerd zal worden door de andere plastische kunsten. De fotografie moet haar eigenheid, haar oorspronkelijkheid zien te redden. Het is nooit de bedoeling van een fotograaf om een schilderij te maken. Dat kán ook niet: bij een schilderij vertrek je vanuit de materie, fotografie is in de eerste plaats puur techniek, pas daarna komt de materie."
"Op de Academie heb ik trouwens een supertechnisch eindwerk gemaakt. Ik kan het me nu nog nauwelijks voorstellen, maar misschien had ik dat toen nodig. Eenmaal ik die technische vrijheid had, kon ik mij volledig op de beelden, op de inhoud toeleggen."
Eind jaren '80, na het XYZ-avontuur, maakte Dirk Braeckman vooral naam met zwart-wit portretten en zelfportretten. Inmiddels is hij een heel andere richting uitgegaan. Nu zijn het vooral ruimtes, oppervlakken die zijn aandacht trekken, soms ook delen van lichamen, nauwelijks nog een gezicht. Braeckman brengt ze gefragmenteerd in beeld, nu eens met een sprekend detail, dan weer in omvattende stillevens met vage contouren. "Je hebt fotografen die het meeste van hun tijd steken in het zoeken van een onderwerp. Ik heb daar nooit echt naar gezocht - ik heb altijd gewerkt vanuit mijn heel directe omgeving, daar vind ik mijn onderwerpen. Mijn werk is op die manier eigenlijk heel autobiografisch. Ik heb me nooit beziggehouden met het documenteren van een zekere werkelijkheid. Dan beland je snel in de wereld van het anekdotische, en dat vind ik een verenging."
"Dat is ook deels waarom ik geen portretten meer maak. De mensen hebben dan altijd meer interesse voor wie er op de foto staat, dan voor de foto zelf. De zaken die ik nu fotografeer, betékenen misschien op zich niet zoveel, maar dat is niet van belang. Van belang is enkel het uiteindelijke beeld. Oppervlakken, objecten, mensen: voor mij staan ze in mijn werk allemaal op een gelijk niveau."
CK: Wat wilt u precies uitdrukken?
Braeckman: "Dat kan ik onmogelijk zeggen. Ik heb er al wel uren over gepraat, maar ik zou het ook heel verdacht vinden als ik dat zomaar kon uitleggen. Het zou misschien zelfs een eindpunt in mijn ontwikkeling kunnen zijn. Nee, ik heb een aanvoelen van wat de kern van mijn werk is, en daar blijf ik omheen draaien."
"Kijk, een toeschouwer wil altijd kunnen zeggen wat hij van mijn foto's vindt, hij wil er een woord op kleven, het werk vastpinnen. Maar dat is toch voor niets nodig? En ik ben zelf verbaal niet zo sterk, dus laat ik de uitleg graag over aan schrijvers en kunstcritici. Ik praat af en toe met Peter Verhelst over mijn werk, en die zegt het me ook: 'Je kúnt niet zomaar zeggen wat op jouw foto's staat.'"
CK: Bent u het met me eens dat uw werk moeilijk is?
Braeckman: "Nee. Ik zou het misschien niet onmiddellijk toegankelijk noemen, maar dat vind ik geen punt. Ik heb een kunstwerk dat té duidelijk is, dat je met twee, drie woorden kan vatten, altijd verdacht gevonden. Voor mij is dat een kenmerk van minder geslaagde kunst. Met mijn werk blijven de mensen bezig. Maar daarom is het nog niet 'moeilijk': er komen vaak mensen mij vertellen hoe 'gepakt' ze zijn door een bepaalde foto. Meestal zijn het wel mensen die mijn werk al langer kennen. Ja, misschien is dat wel noodzakelijk, door die gelaagdheid."
CK: Een ander opvallend kenmerk van uw werk is uw kleurgebruik: u werkt vooral in zwart-wit, en dan meestal met meer zwart en donkergrijs dan wit. Daar wordt een mens niet vrolijk van.
Braeckman: "Ja, 'zwaarmoedig' is een woord dat ik ook vaak hoor gebruiken. Maar dat is nog zo'n catalogisering. Als ik weinig licht gebruik, dan is dat om zoveel mogelijk informatie te elimineren. Alleen zo kom ik tot de uitgepuurde essentie van een beeld, en alleen zo wordt dat beeld weer universeel. Daarom geef ik ook geen titels aan mijn foto's, hooguit coördinaten, om ze zoveel mogelijk anoniem te houden."
"Hoever ik nog kan gaan met dat uitpuren, met dat zwart? Ik ben in ieder geval nog ver verwijderd van het 'niets', vind ik. Ik ben ook helemaal geen abstract kunstenaar: soms lijkt het misschien wel zo, maar je blijft toch altijd dingen herkennen in mijn beelden."
CK: Om af te ronden: onlangs hebt u - het lijkt in tegenspraak met al het voorgaande - twee heel klassiek ogende portretten van ons Koningspaar gemaakt.
Braeckman: "Ja, maar daar hangt een heel verhaal aan vast. De Koningin had al langer laten merken dat ze interesse had in mijn werk. Ze had een tentoonstelling van mij bezocht in het SMAK, en daar hing een foto van een vrouw ten voeten uit, en die vond ze prachtig. Via Jan Hoet, die lid is van de kunstadviescommissie die haar omringt, kwam ze dan bij mij terecht."
"Ik werk nooit in opdracht, en het was oorspronkelijk ook de bedoeling dat het Hof gewoon een aantal werken zou aankopen. Maar Jan Hoet zei me: 'Waarom maak je niet iets speciaals, waarom maak je geen portretten?' Ja, dat was natuurlijk een grote uitdaging. Iemand ten voeten uit fotograferen is sowieso al moeilijk, en zeker als het om zulke iconen gaat. De Koning en de Koningin zijn het natuurlijk wel gewend gefotografeerd te worden, maar ik wilde absoluut vermijden hen als getrainde fotomodellen in beeld brengen."
"Ik beschouw dat werk trouwens ook niet als een echte 'opdracht'. Ik moest uiteraard met een aantal wensen rekening houden, maar dat is nog niet hetzelfde als compromissen maken. Ik denk dat ik erin geslaagd ben de twee portretten perfect in mijn stijl in te passen - het zijn trouwens maar twee beelden uit een reeks van zes. Ze zullen het paleis nooit verlaten, maar mochten ze ooit getoond worden in een ver buitenland, dan zouden ze niet opvallen tussen mijn andere werk."
Op woensdag 11 december wordt tijdens UUR KULtUUR de Cultuurprijs 2002 overhandigd aan Dirk Braeckman. De uitreiking vindt plaats in de Soetezaal van het STUK om 13u10. Info: cultuur@kuleuven.ac.be, (t) 016 320 340.
Braeckmans werk in het Koninklijk Paleis is uitsluitend tijdens de zomermaanden te bezichtigen.
Lees ook hiernaast: 10 jaar Cultuurprijs te boek