“Op weg naar een duurzame wereld moeten we systemen veranderen”

Op vrijdag 20 maart organiseerde Leuven Sustainable Earth de eerste Duurzaamheidsdag van de KU Leuven. Na de middag gaf professor Hans Bruyninckx, directeur van het Europees Milieuagentschap, een inkijk in het langetermijnbeleid van de Europese Unie. 

© KU Leuven – Rob Stevens
"Tegen 2050 willen we binnen de grenzen van onze planeet kunnen leven." aldus professor Hans Bruyninckx, directeur van het Europees Milieuagentschap.
© KU Leuven – Rob Stevens
Het European Environment Agency (EEA) brengt milieugegevens uit heel Europa samen en rapporteert daarover, analyseert ze en brengt vernieuwing in het Europees milieu- en klimaatbeleid. Het EEA wil zo bijdragen aan de milieukwaliteit en de duurzaamheid in Europa. Om de vijf jaar reflecteert het in een rapport over de rol van het beleid en kijkt het op basis van cijfers decennia vooruit.

Hans Bruyninckx: “We gaan ook na welke kennis en innovatie er nodig is voor de nodige transities. De 2020-agenda van Europa is, onder meer op het vlak van klimaat en biodiversiteit, een 2030-agenda geworden, die we meer en meer kaderen in een 2050-visie. Die 2050-visie moet wegen op hoe we ons organiseren tegen 2020 en 2030. Tegen 2050 willen we binnen de grenzen van onze planeet kunnen leven. Dat doen we door een circulaire economie te creëren en dat is heel wat anders dan onze huidige, lineaire economie. We doen dat door biodiversiteit te beschermen op een manier die voldoende veerkracht geeft voor planten en dieren, maar ook door maatschappelijke veerkracht te creëren. We doen dat low carbon en met het oog op een globaal veilige en duurzame samenleving. Die visie is bindend voor Europa.”

Salami-aanpak

“Een duurzaam beleid moet ambitieus zijn en goed worden uitgevoerd. Pas dan krijg je een beter milieu, gaat je welzijn erop vooruit en krijg je economische voordelen -ondertussen weten we dat milieubeleid bijdraagt aan economische performantie en er geen bedreiging voor is. Fundamentele problemen in Europa, zoals biodiversiteit, het transportsysteem of het energiesysteem, los je niet op met losse maatregelen. Die los je alleen op met een systeembenadering. We weten dat we de 2050-visie niet halen, als we gewoon voortdoen zoals we bezig zijn. We zullen een transitieperspectief moeten aanreiken en dat moeten we zien als een kans voor economie en tewerkstelling en als een uitdaging voor wetenschap en innovatie. We weten inmiddels ook dat er een causale relatie is tussen ons sociaal-economisch beleid en ons milieubeleid. Inzake de sociaal-economische millenniumdoelstellingen hebben we redelijk vooruitgang geboekt, maar dat ging ten koste van ons milieu, omdat het op basis was van fundamenteel niet-duurzame systemen van produceren en consumeren. Op een eindige planeet halen we het niet met een béétje duurzaamheid. Het zal helemaal anders moeten: we moeten ons voedselsysteem, ons mobiliteitssysteem, ons energiesysteem, … organiseren binnen de grenzen van onze planeet.”

"Op een eindige planeet halen we het niet met een béétje duurzaamheid. Het zal helemaal anders moeten."

“Systeemproblemen vereisen systeembenaderingen om ze op te lossen. Regulier beleid zal niet volstaan en ook met een salami-aanpak – elk jaar een klein beetje – halen we de 2050-doelstellingen niet. Efficiëntiewinsten binnen de huidige systemen zijn wel noodzakelijk, maar niet voldoende. Met andere woorden: het zal anders moeten met fundamentele verschuivingen in ons energiesysteem, onze mobiliteit, ons voedselsysteem en onze bebouwde omgeving. Wat we nu veel te vaak doen, is vertrekken vanuit het standpunt technologie en niet vanuit het systeem. Je moet eerst het systeem herdenken en pas daarna binnen dat systeem de nodige technologie optimaliseren.”

“Als we tegen 2050 duurzaam willen zijn, welke kennis moeten we daarvoor dan ontwikkelen? Met het EEA willen we in elk geval tegen 2020 kunnen uitleggen hoe we de 2050-doelstellingen zullen halen. Hoe leiden we onze studenten op om niet langer lineair en verticaal te denken, maar wel circulair? Waarom zitten we vast in een bepaald systeem? Je kunt tegen 2020 de meeste milieu- en energiedoelstellingen in Europa halen, puur door de huidige systemen te verbeteren en daar al je kapitaal in te steken. Maar dat kapitaal kun je maar één keer investeren. Wil je dat of wil je dat niet? En hoe weet je dat? Dat is een kennisvraag.”

Impactinvesteerder

“Milieu en klimaat zijn in het hoger onderwijs over het algemeen onderbelicht. Op enkele uitzonderingen na gaat het meestal om keuzevakken, laat in de opleiding en sporadisch. Je kunt dus volwaardig afstuderen zonder dat energie of klimaat centraal stonden in je opleiding. Nochtans zijn het behoorlijke uitdagingen voor de komende decennia en horen het dus wezenlijke onderdelen te worden voor elke basisopleiding. We moeten ook dringend zakenmensen van de 21ste eeuw opleiden: zakenmensen die aanvaarden dat we ons kapitaal moeten opbouwen binnen de grenzen van het natuurlijke kapitaal waarover we beschikken.”

Na de uiteenzetting van Hans Bruyninckx gaven de leden van het debatpanel kort hun visie weer.

© KU Leuven – Rob Stevens
Panelleden Hans Bruyninckx, Bart Muys, Tim Nawrot en Piet Colruyt en gaan in debat onder leiding van Nic Balthazar
© KU Leuven – Rob Stevens
Tim Nawrot, hoofddocent Faculteit Geneeskunde (KU Leuven) en Centrum voor Milieukunde (UHasselt), zag geneeskunde vooral bijdragen aan duurzaamheid door de gezondheidsgraad van de bevolking te verhogen en door vroegtijdige ziektepreventie. Daarvoor moeten onder meer zoveel mogelijk risicofactoren in kaart worden gebracht en moet vroegtijdige herkenning van ziektes worden gelinkt aan genetische elementen.

Bart Muys, gewoon hoogleraar Departement Aard- en omgevingswetenschappen, vond dat wetenschappelijk onderzoek en onderwijs nog altijd heel vast zit aan disciplinair onderzoek en dat de muren tussen de verschillende disciplines moeilijk te slopen zijn om tot echte interdisciplinariteit te komen. Om aan circulaire, interdisciplinaire systemen te kunnen werken, moet de manier waarop onderzoek wordt gedaan en gefinancierd, grondig worden herzien. 

Piet Colruyt tot slot, oprichter van Impact Capital en promotor van Impact Investing en Social Entrepreneurship, noemde zichzelf een impactinvesteerder. “Ondernemers zijn op zoek naar een evenwicht tussen de drie P’s: people, planet en profit. Bij de keuze van een project kiest een ondernemer vaak voor profit. Als ondernemer zegt mijn hoofd dat we winst moeten maken, terwijl mijn hart de wereld ook een stukje wil veranderen. Maar eigenlijk moeten we niet kiezen tussen ‘finance first’ of ‘social first’. We moeten er als bedrijf voor zorgen dat we door onze groei zoveel mogelijk kunnen veranderen.”

Luc Vander Elst