Tijd voor een Vlaamse lente?

Op 11 april kwam er na zes weken een einde aan de bezetting van het Maagdenhuis, het bestuurscentrum van de Universiteit van Amsterdam (UvA), door een groep studenten en een klein aantal universiteitsmedewerkers. De studenten protesteerden tegen de verschraling van de geesteswetenschappen en het verdwijnen van zogeheten ‘kleine studies’, maar ook tegen de universiteit die als een onderneming wordt bestuurd en waar gesproken wordt van profit centers, key performance indicators en rendement. Onder Vlaamse collega’s bespeur ik sympathie, maar ik hoor ook frasen als ‘dat zou bij ons niet gebeuren’.

Noodzakelijk kwaad

© KU Leuven - Rob Stevens
© KU Leuven - Rob Stevens

Misschien worden de kleine studies in Leuven beter beschermd tegen het rendementsdenken en bestaan er bij de KU Leuven geen profit centers; key performance indicators in elk geval wel. Het grote verschil zit ‘m in de verhouding tussen de studenten en de proffen van beide instellingen. Toen ik twee jaar geleden de UvA inruilde voor de KU Leuven was dat even wennen: de gemiddelde Leuvense student was een stuk volgzamer en stelde alleen vragen als hij of zij daarom werd gevraagd. Zomaar kritiek leveren op Meneer de Professor (ja, met hoofdletters) was en is er nog steeds zelden bij. Gelukkig komen de masterstudenten, onder aanvoering van hun buitenlandse collega’s, langzaamaan los.

Aan de UvA word je getutoyeerd en Amsterdamse studenten bestoken je met tal van kritische vragen. De UvA-studenten staan, ook in Nederland, bekend als een tikkeltje recalcitranter en sneller geneigd tot actie. De recente bezetting van het Maagdenhuis is ook niet de eerste. Terwijl UvA-studenten en -medewerkers anno 2015 samen protesteren tegen bestuurders die de universiteit als een commercieel bedrijf zien en niet begrijpen hoe kennisontwikkeling werkt, stonden tijdens het beroemde protest van 1969 de studenten tegenover de proffen. De studenten eisten inspraak en kregen die. In Amsterdam waren de proffen en docenten vanaf dat moment simpelweg mensen die een paar stappen verder stonden in de formele kennisverwerving, maar hun gezag niet konden ontlenen aan hun hiërarchische positie. Hiërarchie was een noodzakelijk kwaad dat altijd en overal in vraag gesteld kon worden.

Recht op discussie

Zo ver zijn we aan de KU Leuven nog niet. Ja, er is inspraak, maar de Professoren staan nog steeds op een enorm voetstuk en dienen alleen kritisch bevraagd te worden als ze de student daartoe uitnodigen. U wilt niet weten hoe vaak een doctoraatsstudent mij hier heeft verteld dat iets niet mag van zijn of haar Professor. Na een goede inhoudelijke discussie tussen een Prof en een postdoc heb ik ooit het argument ‘maar da’s wel een Prof, he?’ horen gebruiken om de argumenten van de postdoc teniet te doen. Zelfs als doctoraatsstudenten zelf een beurs hebben binnengehaald, hebben zij zelden inzicht in hun kredieten. Zo kan het dus zomaar gebeuren dat Meneer of Mevrouw de Professor zich de lunch goed laat smaken en er plots minder geld is voor de plannen van de doctoraatsstudent.

"De Professoren staan nog steeds op een enorm voetstuk en dienen alleen kritisch bevraagd te worden als ze de student daartoe uitnodigen"

Een van de doctoraatsstudenten die ik begeleid is een nogal ondernemend type dat graag dingen organiseert, lezingen bijwoont, met ‘verstopte’ data aan de slag gaat, etc. Dat betekent dat hij veel e-mails moet versturen, maar vaak krijgt hij geen antwoord, een zeer laat antwoord of een negatief antwoord. Een academische variant van ‘Computer says no’ valt hem constant te beurt. In negen van de tien keer doet een e-mailtje van Meneer de Professor dan wonderen. Als prof krijg je zeker niet zomaar van alles gedaan aan de KU Leuven, maar de verzoeken waarmee de doctoraatsstudenten en postdocs over het algemeen moeite hebben, zijn vaak snel geregeld als ze van mijn e-mailadres komen. Het hiërarchische systeem is dus geheel geïnstitutionaliseerd: studenten zijn volgzaam, sommige Proffen wenden hun macht te pas en te onpas aan, en ook het ondersteunende personeel voelt de gezagsverhoudingen prima aan.

Aan een universiteit zouden we kritisch moeten staan tegenover hiërarchie-om-de-hiërarchie en studenten (bachelor, master en doctoraat) moeten aanmoedigen om nooit iets zomaar voor kennisgeving aan te nemen. Als een universiteit al iets moet ‘produceren’, dan zijn dat afgestudeerden en doctorandi met een kritisch-wetenschappelijke grondhouding. Dat vraagt om het in vraag stellen van macht en kennis. Dat wil niet zeggen dat de criticasters het altijd bij het juiste eind hebben, maar wel dat ze een fundamenteel recht hebben op dialoog, discussie en bevraging, en dat – nu komt het belangrijkste – ongeacht hun positie in de hiërarchie. Tijd voor een Vlaamse lente!

© Joris Snaet
© Joris Snaet

Manuel Aalbers

Manuel Aalbers is hoofddocent sociale en economische geografie

Reageren? nieuws@kuleuven.be