Ferdinand Geukens: "Op mijn 93ste deed ik nog een nieuwe ontdekking."

Hij zag geen feestende studenten maar Duitse soldaten over de Oude Markt lopen tijdens zijn studententijd, kreeg zijn eerste lesopdrachten toegewezen door rector Van Waeyenbergh en bestudeerde zeven decennia lang zowat elke steen in het massief van Stavelot. Speuren naar fossielen en mineralen doet hij intussen niet meer, maar Ferdinand Geukens (95) zit nog bijna elke dag met zijn neus in de topografische kaarten.

© KU Leuven - Rob Stevens
© KU Leuven - Rob Stevens

Ik ben mijn interview nog niet begonnen of Ferdinand Geukens vraagt al of ik mijn dictafoontje even wil uitzetten. Er volgt een anekdote die ik niet mag vertellen. Met pretlichtjes in zijn ogen haalt hij een oude foto uit de kast. We luisteren geboeid en geamuseerd, maar we houden onze belofte.

We zitten in Geukens’ bureau in zijn huis, op een steenworp van campus Gasthuisberg. Op de vensterbank liggen stapels boeken en stalen van stenen. De muren zijn behangen met topografische kaarten van het massief van Stavelot, het gebied in de Ardennen dat Geukens kent als zijn broekzak. Jarenlang heeft hij er als geoloog grondlagen, breuken en gesteenten bestudeerd.

“Ik ben nooit op vakantie naar het buitenland geweest”, vertelt hij. “Ik ging telkens naar Stavelot, om zoveel mogelijk gegevens te verzamelen.” Nu nog trekt hij zo vaak hij kan naar zijn huis in de Ardennen. Gekocht toen hij als jonge onderzoeker gevraagd was om het massief van Stavelot in kaart te brengen. Terwijl zijn studenten in de zomer terreinwerk deden, kon hij een beetje verderop zijn eigen onderzoek verder zetten.”

Vroeg naar bed

Het is september 1938 wanneer de jonge Ferdinand – op twee na de jongste in een gezin van vijftien – van Hasselt naar Leuven trekt om wiskunde te gaan studeren. Ingenieur, dat wilde hij worden. Tot een professor hem aanraadt om van studierichting te veranderen. “De vernederlandsing van de universiteit was net begonnen. Het volgende academiejaar zou voor het eerst aardrijkskunde in het Nederlands gedoceerd worden. Een studierichting die je veel kansen zal geven, zei die prof. Dus ben ik na mijn voorbereidend jaar wiskunde overgeschakeld op aardrijkskunde. Na mijn licentie ben ik nog geologie gaan studeren, waar ik uiteindelijk mee bezig ben gebleven.”

Een typisch studentenleven heeft Geukens nooit gekend. Hij is nog maar net aan zijn leven in Leuven begonnen wanneer de Tweede Wereldoorlog in België uitbreekt. “De lessen gingen gewoon door, maar werden geconcentreerd op drie dagen. ‘s Avonds laat mochten we niet meer buiten komen. Op weg naar huis was het zo donker (vanwege de verplichte verduistering – red.) dat we op de Oude Markt soms tegen Duitse soldaten aanbotsten. Ik ben in mijn studententijd nooit later dan tien uur gaan slapen. Dat zal een student zich vandaag niet kunnen voorstellen, denk ik (lacht).

"Dankzij de loopgraven van de Amerikanen, en later de werkzaamheden voor de E42 en de gasleidingen, heb ik lagen gezien die geen andere geoloog ooit zag."

Behalve een gesaboteerd studentenleven heeft Geukens van de oorlog weinig last gehad. “Eén van mijn broers woonde op een grote boerderij in de buurt van Tongeren. Elk weekend ging ik daar naartoe. We hadden er voldoende te eten en zaten er veilig. Op dat vlak heb ik veel geluk gehad.”

Met dank aan de Amerikanen

In 1946 begint Geukens aan zijn doctoraat over het massief van Stavelot. “De oorlog was nog niet zo lang voorbij, ik had geen beter moment kunnen kiezen. De Amerikanen sliepen altijd in de grond, ze hadden overal loopgraven en putten gemaakt. Die boden een schat aan informatie over de structuur van de ondergrond. In de jaren zeventig werd de autoweg aangelegd. Tijdens de werkzaamheden kon je over een lijn van noord naar zuid, dwars door het massief van Stavelot, twee tot drie meter diep in de grond kijken. Voor een geoloog is dat natuurlijk een ongelooflijke kans. Nog later kwamen de gasleidingen en de hoogspanningspylonen: voor mijn neus werden er metersdiepe kuilen gegraven die daarna weer allemaal dichtgegooid zijn. Ik heb lagen gezien die nergens anders in het massief te vinden zijn en die geen andere geoloog ooit gezien heeft.”

Wie is Ferdinand Geukens?

°1919 in Herentals

1938 schrijft zich in als student wiskunde

1939 – 1943 studeert aardrijkskunde

1943 – 1945 studeert geologie

1946 – 1952 doctoreert over het massief van Stavelot

1954– 1985 gewoon hoogleraar Faculteit Wetenschappen

Doet al bijna zeventig jaar geologisch onderzoek in het massief van Stavelot.

Kasten vol kaarten en schriften over het massief van Stavelot heeft hij in de loop der jaren verzameld. Nog regelmatig krijgt hij jonge geologen over de vloer die zijn archief willen raadplegen. “Ik heb nog veel contact met studenten, vooral van de universiteit van Luik. Als ze gegevens nodig hebben, komen ze naar mij. Mijn opvolger heeft ervoor gezorgd dat mijn aantekeningen later allemaal kunnen worden opgenomen in het geologisch archief van de KU Leuven.”

Hij blikt graag terug op één van de hoogtepunten van zijn carrière, toen hij in 1954 als eerste vreemdeling Jemen binnen mocht om er de ondergrond te bestuderen. Hij bracht er onder meer twee olievelden in kaart: “Jemen was op dat moment een zeer gesloten land. Het duurde even voor ik het vertrouwen van de koning gewonnen had, maar uiteindelijk liet hij me zelfs zijn privévliegtuig gebruiken. Bij het afscheid kreeg ik vijftig kilogram groene mokkaboontjes als geschenk.” Geukens’ geologische kaart van Jemen werd later gepubliceerd in Washington.

Geen tijd voor pensioen

Eigenlijk moest Geukens op zijn 65ste met emeritaat, maar hij is nog een paar jaar langer aan de universiteit mogen blijven. En tot zijn 88ste heeft hij nog lezingen gehouden. “Ik gaf graag les en ik had het geluk om een goede gezondheid te hebben. Nu nog altijd, trouwens. Enkel mijn ogen zijn de laatste jaren fel achteruit gegaan. Daardoor kan ik niet meer schilderen, iets wat ik sinds mijn jeugdjaren gedaan heb. Dat is jammer, maar verder mag ik niet klagen.”

Een jaar of drie geleden is hij ook gestopt met terreinonderzoek. “Ik durf niet meer, ik ben te bang om te vallen. Met mijn slechte ogen moet ik voorzichtig zijn. Maar ik kan me nog genoeg bezig houden met mijn kaarten en aantekeningen. Momenteel werk ik samen met een jonge Waalse geoloog aan een paar publicaties over het massief van Stavelot. Het is en blijft een ingewikkeld gebied. Twee jaar geleden heb ik nog iets ontdekt dat een heel ander licht werpt op de structuur ervan. Ik zal het je zeggen, de natuur kan soms eigenaardig zijn.”

Lien Lammar