Wetenschappers doen ontdekking over broeikasgassen in Afrikaanse rivieren

Wetenschappers van de KU Leuven, de Universiteit van Luik en het Franse IRD (Institut de Recherche pour le Développement) hebben een vijfjarig onderzoek naar de uitstoot van broeikasgassen in Afrikaanse rivieren afgerond. Uit hun bevindingen blijkt dat de uitstoot vanuit rivieren naar de atmosfeer ongeveer even groot is als de veronderstelde opname ervan op het land. Dat heeft gevolgen voor de berekening van de totale hoeveelheid uitgestoten broeikasgassen.

Onder leiding van professor Steven Bouillon van de KU Leuven en professor Alberto Borges van de Universiteit van Luik heeft een team van wetenschappers in Afrikaanse rivierbekkens gezocht naar koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en distikstofmonoxide of lachgas (N2O). Dat zijn de drie belangrijkste natuurlijke broeikasgassen. Op basis van hun metingen berekenden de wetenschappers voor het eerst het broeikasgasbudget van de Afrikaanse rivieren. Dat budget is de totale hoeveelheid uitgestoten broeikasgassen. 

Met de gegevens die ze verzamelden, verruimen de wetenschappers de bestaande kennis over de uitstoot van CO2 in Afrikaanse binnenwateren, waaronder de Congorivier. Maar het onderzoek is ook belangrijk op grote schaal: het geeft zicht op de rol die rivieren en waterrijke gebieden spelen in het globale broeikasgasbudget. 

“Rivieren vervoeren organisch materiaal van het land naar de oceaan”, zegt professor Steven Bouillon. “Dat materiaal wordt gedeeltelijk afgebroken door bacteriën waardoor de rivieren een aanzienlijke hoeveelheid CO2 en CH4 aanmaken en uitstoten. Tegelijkertijd stromen er via het grondwater heel wat broeikasgassen van het land naar rivieren, waarna ze in de atmosfeer terechtkomen. Uit ons onderzoek blijkt dat de uitstoot van broeikasgassen in riviersystemen ongeveer even groot is als de netto opname ervan op het land. Dat is belangrijk, want het gedeelte dat wegstroomt naar de rivieren of dat er wordt geproduceerd, is in Afrika nooit meegeteld bij de berekening van het totale broeikasgasbudget.”  

Maatstaf 

In tegenstelling tot de uitstoot van broeikasgassen in Europese of Noord-Amerikaanse rivieren, was die bij Afrikaanse rivieren nog nooit bestudeerd. “Dat komt omdat het technisch en logistiek gezien een dure en tijdrovende onderneming is. Maar aangezien je in Afrika 12 % van al het zoetwater ter wereld vindt, is onze studie enorm relevant.”      

De wetenschappers namen stalen uit twaalf verschillende stroomgebieden (van de bron tot de monding), verspreid over het Afrikaanse continent, en hielden binnen elk van die gebieden ook rekening met de verschillende soorten vegetatie en klimaatomstandigheden. Zo deden ze onderzoek naar rivieren in het regenwoud (de Congostroom), de Savanne (Tana) en in het steile stroomgebied van de Rianila in Madagaskar. “Hierdoor kunnen we vergelijkende studies uitvoeren tussen de Congo en de Amazone, die wel reeds uitvoerig bestudeerd werd”, zegt professor Alberto Borges. 

Volgens professor Borges geeft het onderzoek een goed beeld van Afrika in de jaren 2010. Het is als het ware een maatstaf die gebruikt kan worden om op til zijnde veranderingen in de broeikasgasuitstoot aan af te toetsen. “We weten dat de populatie van de Democratische Republiek Congo in vijfentwintig jaar tijd zal verdubbelen van 65 tot 130 miljoen inwoners. Deze bevolkingsgroei zal ongetwijfeld een invloed uitoefenen op de werking van de rivier Congo. Denk aan de ontbossing die zal toenemen, waardoor minder zuurstof wordt geproduceerd, en de verschuiving van traditionele naar intensieve landbouw. Het is ook denkbaar dat er meer waterkrachtcentrales zullen komen, aangezien het hydraulische potentieel van Afrika momenteel nog niet naar behoren wordt gebruikt. Al die factoren zullen gevolgen hebben voor de broeikasgasuitstoot van rivieren.”