De strijd tegen ontbossing: waarom kappen Congolese boeren bos?

Slechts een kleine groep van de Congolese dorpelingen is verantwoordelijk voor het merendeel van de ontbossing. Zij doen dat niet om hun families eten te kunnen geven, maar om hun levenskwaliteit te verhogen. Die bevindingen uit veldonderzoek door de Leuvense bio-ingenieur Pieter Moonen geven aan dat internationale programma’s die tropische ontbossing willen afremmen te weinig rekening houden met lokale boeren.

Bossen, en zeker eeuwenoude oerbossen zoals die in het Congobekken in Afrika, zijn enorme reservoirs die CO2 opslaan. Als er bomen gekapt worden, komen er grote hoeveelheden broeikasgassen vrij. Dat draagt bij tot de klimaatverandering, zowel regionaal als mondiaal. De Democratische Republiek Congo (DRC) zit in de wereldwijde top vijf van ontbossingsoppervlakte per jaar. Volgens de overheid ligt de oorzaak vooral bij de zelfvoorzienende landbouw en de bevolkingsgroei. De redenering is dat kleine boeren gewassen verbouwen om hun eigen familie te voeden; vermits de bevolking groeit, moeten de boeren steeds op zoek naar nieuwe stukken bosgrond.

© Pieter Moonen, Afdeling Bos, Natuur en Landschap, KU Leuven
Een recent afgebrand stuk bos in de buurt van Yangambi in het centrale Congobekken, met op de achtergrond de grens met het primaire bos. De eigenaar heeft een waaier aan gewassen, zoals maniok en maïs, geplant.
© Pieter Moonen, Afdeling Bos, Natuur en Landschap, KU Leuven

Bio-ingenieur Pieter Moonen doctoreert over landgebruik en klimaatverandering in de DRC en ging na of het wel klopt dat de zelfvoorzieningslandbouw de hoofdverantwoordelijke voor de ontbossing is. Hij deed een jaar lang veldonderzoek in 27 Congolese dorpen en enquêteerde 270 huishoudens over landbouw en ontbossing. “De meeste mensen zijn boeren, van wie slechts de helft ontbost. Een heel kleine groep daarvan is verantwoordelijk voor het gros van de ontbossing. Hun beweegreden is niet zelfvoorziening, maar vermarkting: op de markt gewassen verkopen is immers één van de weinige manieren om aan cash te geraken. Dat geld hebben ze nodig om de stijgende kosten voor onderwijs en gezondheidszorg te dekken of om westerse consumptiegoederen aan te schaffen. Het beeld van de arme boer die bos kapt om zijn gezin eten te geven, klopt dus niet. Het zijn net de iets rijkere boeren die ontbossen om hun landbouwopbrengst naar de markt te brengen, al is ‘rijk’ hier heel relatief.” Een tweede belangrijke reden om te ontbossen is eigendomsrechten te claimen op de vrijgekomen grond.

Die bevindingen zijn van belang voor de toepassing van het REDD+ programma van de VN. REDD+ staat voor reducing emissions from deforestation and forest degradation. Dit initiatief wil ontwikkelingslanden financieel stimuleren om de ontbossing te vertragen of te stoppen. “Nu het Klimaatakkoord van Parijs in werking treedt, komt REDD+ sterk onder de aandacht. Congo is één van de vragende partijen voor deelname: ze willen hun ontbossing aanpakken in ruil voor een financiële compensatie. Maar hun antwoord op de ontbossing is te eenzijdig gericht op intensivering van de landbouw: de opbrengst per hectare verhogen. De redenering is dat er geen bos meer hoeft gekapt te worden als de bestaande velden meer opbrengen. Dat werkt in het geval van zelfvoorzienende landbouw, maar bij commerciële landbouw kan het een pervers effect hebben. Het kan de beter gegoede boeren net stimuleren meer te ontbossen, om nog meer te kunnen vermarkten. Zonder een lokaal draagvlak voor bosbehoud is de uitkomst van dat soort interventies dus heel onzeker. In dat geval lopen we met REDD+ het risico dat er geld en kostbare tijd verspild wordt.”

© Pieter Moonen, Afdeling Bos, Natuur en Landschap, KU Leuven
In de meeste dorpen in het centrale Congobekken is nog veel bos beschikbaar. Dit landbouwgezin woont tijdelijk in een hutje dichtbij de rand van het woud om bos te kappen en gewassen, zoals de bakbanaan, te kweken.
© Pieter Moonen, Afdeling Bos, Natuur en Landschap, KU Leuven

Deze studie toont nogmaals aan dat een simpele overheidsaanpak van ontbossing niet zal werken, vervolgt Moonen. “Een effectievere en eerlijkere aanpak vereist dat je het met lokale gemeenschappen eens wordt over hoe een duurzaam systeem uitziet. Dat houdt in dat je enerzijds afspraken maakt over welke gebieden beschermd bos zijn, en anderzijds ook de nodige middelen vrijmaakt om ontwikkeling te ondersteunen. Dit gaat dan zowel over het aanbieden van basisvoorzieningen als het creëren van mogelijkheden om inkomsten te verhogen, niet enkel in het landbouwsysteem maar ook daarbuiten.”

Ilse Frederickx

De volledige tekst van de studie "Actor-based identification of deforestation drivers paves the road to effective REDD+ in DR Congo” is verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Land Use Policy.