Professor Collen wil met ThromboGenics naar de beurs

“Enkele tienduizenden mensen hebben langer geleefd dankzij tPA”, schat professor Désiré Collen. Met zijn uitvinding uit 1980 verwierf hij wereldwijde faam en 144 miljoen dollar aan royalty’s. Hij pompte het geld in nieuw onderzoek dat zowel aan de universiteit als in zijn bedrijf ThromboGenics wordt gevoerd. Nu de geldkraan wordt dichtgedraaid, wil hij naar de beurs. Een goede gelegenheid om even stil te staan bij vijfentwintig jaar in de business.

Désiré Collen (63) is een ronkende naam in de wereld van de biotechnologie. Hij leidt zijn eigen biofarmaceutisch bedrijf ThromboGenics, het Centrum voor Moleculaire en Vasculaire Biologie van de K.U.Leuven, en het Centrum voor Transgene Technologie en Gentherapie dat verbonden is met het VIB, het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie. tPA was de sleutel tot die rijke carrière. Het lost bloedklonters op en bestrijdt zo hartinfarcten en beroerten.
“Samen met professor Billiau bestudeerde ik in 1979 een cellijn van een patiënte die gestorven was aan huidkanker. Zo ontdekten we per toeval dat een protease (een enzym dat eiwitten afbreekt, red.) van die cellijn aan de bloedklonter plakte, een eenvoudige maar essentiële observatie. We beseften dat dat wel eens tPA kon zijn. Ik had al een tijd patiënten met trombose behandeld. Dankzij die achtergrond hebben we wellicht als eersten de ontdekking gedaan terwijl die cellijn al vier jaar circuleerde in prestigieuze instituten.”
Collen is ervan overtuigd dat fundamenteel en toegepast onderzoek hand in hand moeten gaan. “De grote doorbraken in de geneeskunde kwamen meestal uit onverwachte hoek. Zonder fundamenteel basisonderzoek is de kans veel kleiner dat je nieuwe dingen ontdekt. Het beste voorbeeld is Nixons war on cancer. President Kennedy wilde naar de maan, Nixon zou kanker de wereld uit helpen. Hij pompte fortuinen in zuiver toegepast onderzoek maar boekte weinig resultaat. Maar het academische onderzoek heeft de industrie ook nodig om zijn ‘knowhow’ in geneesmiddelen om te zetten. Het is constant zoeken naar de juiste balans tussen non-profit en for-profit, tussen geven en nemen. En af en toe moet je flink ruzie kunnen maken.”

Stafylokinase
In 1980 vroeg Collen een octrooi aan om zijn uitvinding te beschermen. “Ik werd er scheef voor bekeken. Als een academicus toen octrooien in zijn cv durfde zetten, werd hij niet als een echte beschouwd. Nu is het net omgekeerd omdat de maatschappij meer gericht is op return-on-investment. De politici, die aan de volgende verkiezingen denken, willen dat onderzoek snel rendeert op het vlak van werkgelegenheid, aantrekking van buitenlandse bedrijven, … Alleen in het basisonderwijs moet het resultaat op korte termijn minder verantwoord worden, en terecht.”
Toen Collen, op dat moment 37, in juni 1980 zijn resultaten voor het eerst presenteerde op een Zweeds congres toonde het Amerikaanse bedrijf Genentech meteen interesse. “Ze wilden recombinant tPA (het menselijke eiwit gemaakt door niet-menselijke zoogdiercellen, red.) maken en het product commercialiseren. Dat was een heel complexe techniek die ons petje te boven ging. Bovendien stond de biotechnologie in haar kinderschoenen. Mijn eigen bedrijf opstarten was onmogelijk.” Collen gaf zijn uitvinding in licentie aan Genentech, dat met het product miljoenen mensen heeft behandeld en miljarden heeft binnengerijfd. 144 miljoen dollar aan royalty’s vloeiden terug naar Leuven. “We zijn de controle kwijtgeraakt maar het was de beste optie.”
Met het geld droeg Collen bij tot de bouw van een verdieping in UZ Gasthuisberg waar nu honderdzestig mensen van uiteenlopende nationaliteiten onderzoek verrichten. “Daarnaast kregen de mede-uitvinders tientallen miljoenen en financierde ik ettelijke beurzen van de Belgian American Educational Foundation waarmee jonge Belgische onderzoekers naar het buitenland konden. Met het geld betaalde ik ook vijftien jaar lang het loon van zo’n veertig werknemers. Tja, ik deed ook wat ‘zotte’ dingen: ik steunde de bibliotheek van Godsdienstwetenschappen, het Fruitteeltcentrum en het Nieuw Belgisch Kamerorkest.”
Omdat tPA voor grote delen van de wereld te duur is, zocht Collen naar een opvolger. “In 1991 richtte ik daarom spin-off Thromb-X op. De universiteit en ikzelf legden daarvoor elk 12,5 miljoen oude franken op tafel. Klassieke onderzoeksinstellingen zijn gedoemd om in de eerste fase van het klinisch onderzoek te blijven omdat ze geen productiemiddelen hebben. Met Thromb-X wilde ik academische concepten klaarmaken voor de volgende stap. Ondertussen is de K.U.Leuven geen aandeelhouder meer.”
Het succes van stafylokinase, een alternatieve klonteroplosser, noopte tot schaalvergroting. “In 1998 richtte ik ThromboGenics op, dat met kleine farmaceutische bedrijven samenwerkt. We onderhandelen constant maar proberen een definitieve uitlicentiëring aan big pharma af te houden. Gelukkig is de verhouding tussen onderzoek en industrie steeds beter georganiseerd, kijk maar naar het succes van een technologietransferorganisatie als K.U.Leuven Research & Development. Toch wordt het steeds moeilijker om onafhankelijk te blijven. Net als autobouwers in de vorige eeuw worden heel wat biotech-bedrijven opgekocht. Ik voorspel dat er binnen twintig jaar nog twintig grote ‘concerns’ overblijven.”

Stress
“Roem en glorie komen en gaan. De nieuwe generatie bij Genentech weet zelfs niet meer wie ik ben. Zeventien jaar na de goedkeuring van mijn octrooi heb ik geen recht meer op royalty’s. Sinds april van dit jaar is de geldstroom opgedroogd. ThromboGenics heeft alleen nog maar geld opgedaan, dat van mij en anderen (lacht). Als we willen verder werken aan het huidige tempo zonder onze programma’s uit te licentiëren — de waarde stijgt als je ze langer in huis kan houden — moeten we vers geld zien te vinden voor we een winstgevend bedrijf worden. Er zijn bedrijven die ‘venturekapitaal’ investeren maar die verwachten grote rendementen in ruil voor de zogenaamde grote risico’s die ze nemen. De beste optie is daarom naar de beurs trekken. We denken en werken daar nu aan. Ja, managen is een hele klus. Ik heb het au fur et à mesure geleerd.”
Collen wordt binnen twee jaar emeritus maar heeft nog een overeenkomst voor dertig jaar met de K.U.Leuven voor de gele lokalen op zijn negende verdieping. “Er zit nog heel wat in de pijplijn. We werken hard aan beloftevolle producten die allemaal met het bloedvatensysteem te maken hebben. Het verst gevorderd is microplasmine, een klonteroplosser die bij hersentrombosen en oogafwijkingen kan worden gebruikt. Verder is stafylokinase klaar om gelanceerd te worden in de ontwikkelingslanden. Het is niet meer te betalen om dat in de westerse wereld te doen, waar de concurrentie van ballonnen en stents (een metalen gaasje dat de verstopte slagader opent, red.) overigens erg zwaar is. Verder geloof ik sterk in enkele projecten die nog in de preklinische fase zitten, zoals een middel om bloedvatvorming te onderdrukken bij tumoren. Ik geloof in de wetenschappers die hier werken. Een goede onderzoeker moet je doorgaans zijn zin laten doen.”
Collen ziet de toekomst hoopvol in. “ThromboGenics moet en kan de volgende jaren een succesvol bedrijf worden dat enkele waardevolle geneesmiddelen aflevert. Ja, de beursgang brengt heel wat extra stress met zich mee, maar dat ben ik al gewoon (lacht). Ik geef ook op tijd het roer uit handen; mijn opvolgers staan klaar.”

http://www.thrombogenics.com