KU Leuven nieuws
- Onderzoek
- Onderwijs
- Personeel
- Studenten
- Alumni
- Internationaal
- Beleid
- Uw bericht
- Over Campuskrant
- Contact
- Overzicht artikels
- Ad Valvas-berichten
“De ideale ranking is een illusie”Wat is de visie van onderzoekscoördinator professor Paul De Boeck op rankings? “Rankings zijn om twee redenen tamelijk belangrijk. In de eerste plaats worden ze, ondanks de gekende gebreken, door beleidsverantwoordelijken van de universiteiten en door de politiek verantwoordelijken gezien als indicatoren van succes. Binnen de universiteit is men trots op een goede score en zoekt men bij een minder goed resultaat naar een verklaring, terwijl politiek verantwoordelijken voor onderwijs en onderzoek vaak geneigd zijn bij een mindere score aan maatregelen te denken. Een tweede reden voor het belang van rankings is dat die meer en meer media-aandacht krijgen, waardoor studenten zich bij hun keuze voor een universiteit vaker zullen laten leiden door de plaats in de rankings. Naarmate studenten meer in het buitenland zullen gaan studeren, zal dat tweede element nog aan belang winnen. Waar de keuze van de studenten nu nog vaak bepaald wordt door de afstand tot de woonplaats en de treinverbindingen, zal ook de kwaliteit van de universiteit én de kwaliteit van de stad of campus waar de universiteit zich bevindt dan een invloed hebben.”
“Al vertonen de rankings veel gebreken, ze hebben ook een belangrijke troef die ze geloofwaardigheid geeft: de universiteiten die vooraan in de rangschikking staan, zijn steeds weer de universiteiten die algemeen als de beste erkend worden, en wel als de beste in alle opzichten. Het probleem doet zich veeleer voor verderop in de rangschikking. Een ongeveer gelijke plaats voor twee universiteiten verwijst daar soms naar zeer uiteenlopende kwaliteiten en een groot verschil in rangschikking of een grote sprong voorwaarts kan verwijzen naar minieme kwantitatieve verschillen.”
“Rankings blijken een niet te stoppen fenomeen: er wordt steeds vaker, steeds meer en steeds complexer gemeten. De zeer uiteenlopende kwaliteiten en de verschillen naargelang het vakgebied zijn goede redenen voor die veelheid en complexiteit. Dat er ooit een systeem van rankings zou bestaan dat ieders goedkeuring wegdraagt, lijkt dan ook een illusie. Een goed systeem veronderstelt immers dat men weet wat kwaliteit is, dat men het daarover eens is en dat men weet wat de beste indicatoren zijn. Los van die misschien wel onoplosbare problemen, is het goed te beschikken over een aantal interessante gegevens zoals de ‘brute force’-ranking van het CWTS in Leiden, al zegt die niets over gebieden die zich niet lenen tot bibliometrie.”
“Voor onderwijs is het bijvoorbeeld veel moeilijker of zelfs onmogelijk om dergelijke tamelijk eenvoudige en toch interessante gegevens te verkrijgen. Slechts door middel van zeer grote inspanningen en een uitgebreid beoordelingssysteem is er iets mogelijk dat verder gaat dan studentenaantallen, percentage internationale studenten, verhouding professoren t.o.v. studenten en dergelijke gebruikelijke parameters.”