Personeel beweegt (beetje) meer

De actie ‘K.U.Leuven Beweegt’ is aan haar tweede jaargang bezig. Informele positieve reacties zijn er te over. Maar aan een universiteit wordt een en ander natuurlijk graag wetenschappelijk onderzocht. Onderzoekers van FaBeR hielden dan ook een kleine enquête, waaruit bleek dat het project de moeite is om ermee door te gaan.

De zogenaamde Baecke vragenlijst bestaat uit zestien vragen die de deelnemers moeten invullen met 1 (nooit) tot 5 (altijd). Joke Opdenacker van de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen (FaBeR) schreef het rapport uit. Ze benadrukt dat het niet gaat om een diepgaand onderzoek, maar om een summiere enquête die de organisatoren hebben afgenomen om een eerste idee te krijgen van de resultaten van K.U.Leuven beweegt: “We zien alvast een significante vooruitgang op de sportindex. Dat betekent dat de hele groep die de enquête heeft ingevuld meer is gaan sporten. Het gaat om een lichte, maar niettemin significante stijging.”
Vooral de vrouwen, het BAP-personeel, de bio-ingenieurs en de ATP-medewerkers die zittend werk verrichten lijken vooruitgang geboekt te hebben. Die toename zou erop kunnen wijzen dat acties zoals Start 2 Run of de middagwandelingen — die tot nu toe erg succesvol waren — wel degelijk vruchten hebben afgeworpen. “Tenzij die mensen natuurlijk op andere vlakken een stukje sportiever geworden zijn het afgelopen jaar”, nuanceert Joke Opden-acker.
Een contrast met de aangegeven stijging wat betreft sportactiviteiten vormt de zogenaamde werkindex. De respondenten geven aan dat ze het afgelopen jaar iets minder actief zijn geworden tijdens de werkuren, terwijl K.U.Leuven Beweegt toch net het tegendeel beoogt. Daar wil Joke Opdenacker wel een kanttekening bij plaatsen. “Het gedeelte van de vragenlijst dat over dit aspect gaat, is erg kort in vergelijking met dat over de echte sportactiviteiten buiten het werk.” Zo vraagt de lijst niet naar het gebruik van de trap, zodat de effecten van de trappenactie misschien niet terug te vinden zijn in de resultaten.

Gezond labowerk
Ook over actieve invullingen van de woon-werkverplaatsing, zoals stappen of fietsen naar het werk, kregen de deelnemers enkele vragen. “Hiervoor zijn echter geen significante resultaten gevonden”, zegt Joke Opdenacker. Het personeel is dus zeker níet massaal op de fiets of de benenwagen overgeschakeld om ’s ochtends naar het werk te gaan.
Logisch is dat leden van het ATP met een actieve job meer beweging aangeven dan degenen die zittend werk doen. Ten slotte merkte Joke Opdenacker nog een verschil op tussen de verschillende faculteiten. “Bio-ingenieurswetenschappen, Wetenschappen en Geneeskunde scoorden beter dan Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Ingenieurswetenschappen en Sociale Wetenschappen. Een mogelijke verklaring is dat de eerstgenoemde faculteiten meer laboratoriumwerk verrichten en daardoor meer staan en stappen en minder zitten dan de andere faculteiten.” Uit een analyse van de afzonderlijke vragen bleek inderdaad dat de verschillen voornamelijk significant waren voor wat betreft zitten, stappen en staan tijdens het werk.
Conclusie? De acties van K.U.Leuven Beweegt lijken een op zijn minst matig positief effect te hebben. Joke Opden-acker: “Het kan natuurlijk altijd beter. Maar op basis van de enquête én van de positieve reacties die we rechtstreeks hebben gekregen, zoals op Start 2 Run, moeten we besluiten dat het project zeker zin heeft. We willen er daarom absoluut aandacht voor blijven hebben, ermee doorgaan en het nog uitbreiden.”