Spaanse Erasmusstudente telt Leuvense vogels

De Madrileense Teresa Camarero observeerde voor haar ‘erasmus-dissertatie’ de vogelrijkdom in vijftien parken en openbare tuinen in Leuven. Onder haar ontdekkingen: de ijsvogel, het vuurgoudhaantje en de koperwiek.

Erasmusstudenten aan de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen kunnen credits verwerven met een korte verhandeling die ze vervolgens verdedigen voor een jury. Teresa Camarero is de tweede buitenlandse studente die voor deze formule kiest. Ze trok vijf of zes keer naar elk van de vijftien observatieplaatsen en noteerde er een uur lang alle vogels die ze zag. Daarna zocht ze mogelijke verbanden met de aanwezige plantenrijkdom. “Ik zat urenlang in jullie parken”, vertelt ze. “In totaal telde ik eenenveertig verschillende soorten. De grootste diversiteit – zesentwintig soorten – trof ik aan in het Groot Begijnhof. Ook in de Kruidtuin en het Dijlepark vond ik meerdere variëteiten. In de tuin van het Erasmushuis daarentegen telde ik maar elf verschillende vogelsoorten.”

“Natuurlijk moet je die resultaten in hun context zien”, verduidelijkt haar promotor, professor Martin Hermy van de Afdeling Bos, Natuur en Landschap. “De observaties gebeurden in de herfst. Allicht krijg je een ander beeld in lente of zomer. Je moet er ook rekening mee houden dat de groenruimte in Leuven stad erg beperkt is. Toch denk ik dat je met gespreide observaties over een heel jaar aan ruim tachtig vogelsoorten komt. Wil je echt een grote variatie observeren? Trek dan naar de Dijlevallei, de Parkabdij of het Meerdaalwoud. Dan kom je tot een paar honderd soorten.”

“Toch is deze observatie erg boeiend omdat Teresa ook vogels waarnam die eerder zeldzaam zijn in een stad, zoals de grote gele kwikstaart, de boomkruiper, de grote bonte en de groene specht”, zegt dr. Raf Aerts die het eindwerk mee begeleidde. De studie toont ook aan dat de variatie aan vogels groter is naarmate de vegetatie meer gedifferentieerd is.