Onderwijsvernieuwing: een technologische god

De modernisering binnen de K.U.Leuven zit in de lift: een hele rits nieuwe OOI-projecten dient zich aan. De eersten in de rij der vernieuwers zijn de professoren Jacques Haers, Didier Pollefeyt en wetenschappelijk medewerker Jeroen Hennion van de Faculteit Godgeleerdheid. Zij werkten een ondersteunend programma uit bij het vak ‘Vraagstukken uit de Godsdienstwetenschappen’.

De OOI-projecten ontstaan vanuit de dringende vraag naar een oplossing voor een aantal prangende problemen. Wat allereerst opvalt, is dat de projecten stuk voor stuk vakken betreffen die gedoceerd worden aan een grote groep studenten, liefst nog van verschillende richtingen. Daarnaast wint de gedachte dat studenten zelfstandiger én inhoudelijker moeten leren werken steeds meer terrein. Zo ook bij dit project. Het verplichte vak ‘Vraagstukken uit de Godsdienstwetenschappen’ wordt in het voorlaatste of laatste jaar van alle studierichtingen gedoceerd. Het behandelt een brede waaier van ethische, maatschappelijke en geloofsonderwerpen, die de student moeten aanzetten tot levensbeschouwelijke reflectie. De grootte van de groepen maakt dit opzet echter niet makkelijk: een discussie uitlokken tussen zo’n 50 à 100 man is niet echt vanzelfsprekend.
Vandaar dus een website - niet als vervanging van het college, wél als ondersteuning en aanzet tot verdere reflectie. Die site is opgebouwd uit verschillende delen: webpagina’s per docent, on line cursusm ateriaal, een discussieforum, allerhande randinformatie, gaande van literatuurtips tot links met andere websites, en een soort handleiding bij het studeren.
Elke docent heeft dus zijn of haar eigen webpagina. Dat houdt in dat elke pagina, hoewel ze vertrekt van eenzelfde structuur, haar eigen karakter heeft. Zo kan één onderwerp vanuit verschillende invalshoeken belicht worden, aangepast aan de verscheidenheid van de studenten. Daarnaast bieden de docenten ook cursusmateriaal aan: een elektronische versie van een cursus die in het begin van het academiejaar nog niet beschikbaar is bijvoorbeeld, of enkel een aantal relevante aanvullingen, gestoffeerd met cursusondersteunende slides. De handleiding daarentegen is zuivere studiebegeleiding: zo tref je er onder meer een rubriek ‘Moeilijke termen’ en voorbeeldexamenvragen aan. Aan een elektronisch testexamen met feedback wordt nog gewerkt.

Babbelbox
Maar wat bij aanvang van het project vooral beoogd werd, was interactie. Vandaar dus een discussieforum en een chatbox. Binnen het forum heeft elk vak zijn eigen ruimte waarin studenten hun mening kunnen geven over onderwerpen die tijdens de cursus behandeld werden of die de docent ter discussie op de site plaatste. Studenten kunnen ook zelf topics aanbrengen, om zo discussies te starten over onderwerpen die ze zelf interessant - én relevant - vinden. Op die manier vloeien college en discussieforum haast onmerkbaar in elkaar over: discussiepunten aangebracht in de colleges krijgen een vervolg op het internet en vice versa, waardoor beide interactiever en levendiger worden. In de chatbox ten slotte kunnen studenten niet alleen rechtstreeks met elkaar in gesprek treden, ook de docent is tijdens een afgesproken chat-moment aanwezig. Dat blijkt vooral vruchten af te werpen in de periode vóór de examens, wanneer zowat iedereen met een laatste prangende vraag zit.
De slotbedenking bij zulke initiatieven is in feite steeds dezelfde: wordt zo’n project, waarin behoorlijk wat tijd, energie en enthousiasme wordt gestoken, wel ten volle gewaardeerd, en - wat meer is - wordt het ook effectief benut? Om na te gaan of de site een meerwaarde voor de studenten betekende, werd op het einde van het eerste semester van vorig academiejaar een ‘marktonderzoek’ gedaan. 85% van de studenten vond een website een goed idee, twee op drie studenten vonden dat de site tot een beter inzicht in de leerstof leidde. Toch had op dat moment nog maar 60% zijn weg naar de website daadwerkelijk gevonden. Maar nu, na twee jaar, kan het project al bogen op ruim 1 .500 reacties op de verschillende discussiefora en bijna 20.000 bezoeken. Er is dus een God, en Hij houdt van internet.

Ondersteuning bij de vakken ‘Vraagstukken uit de Godsdienstwetenschappen’ vind je op http://www.kuleuven.ac.be/vgdw/