Bondscoach dameselftal Anne Noë: de steile weg naar het professionalisme

Nauwelijks vier weken voor België Europees voetbalkampioen wordt, gaan we eens op visite bij de bondscoach van de nationale ploeg. Van het dameselftal welteverstaan, want dat blijkt Anne Noë te zijn, verantwoordelijke voor de Universitaire Sport, die geen graten ziet in het combineren van twee jobs. “Wanneer ik geapprecieerd word, denk ik één ogenblik: ‘ik ben er’, en onmiddellijk daarna wil ik alweer een tandje groter schakelen.”

“Ik heb het voetballen geleerd op de kasseien van de Oude Markt. Mijn ouders hadden er een groenten-en-fruitwinkel, en ‘s avonds na school was het altijd spelen met de jongens van de buurt - ik stond in het doel. Pas op, ik was geen poppemieke, ik hielp mijn ouders vaak in de winkel en ik droeg zonder probleem een zak patatten van vijfentwintig kilo.”
“Dan ben ik eens met mijn nicht meegegaan naar de damesvoetbalploeg van Wilsele, en toen hun keeper gekwetst was, ging de bal aan het rollen. Damesvoetbal was toen nog helemaal anders dan nu - wij heetten niet toevallig de Moonlightgirls: meer dan één speelster hield onder haar voetbalbroek haar nylonkousen aan.”
Anne bleek topklasse: enkele jaren later hield ze de netten schoon van Standard Fémina Luik, waar ze zes landstitels en drie bekers binnensleepte. Als speler-trainer realiseerde ze de ‘dubbel’ - titel en beker -, en ze verzamelde zestig caps bij de nationale ploeg. Tussendoor studeerde Anne af als licentiaat lichamelijke opvoeding, behaalde een doctoraat en een trainersdiploma. Anne: “Toen ik aan het sportkot kwam studeren ben ik in tweede kan naar de Heizelschool voor trainers getrokken. Ik was er de eerste vrouw in dat mannenbastion - ik had zelfs een speciale toelating nodig - en werd er, vooral in het begin, scheef aangekeken. Maar ik kreeg geen voorkeurbehandeling, ik bleef niet aan de kant staan, ik buitte kortom mijn vrouw-zijn niet uit, en eenmaal de mannen overtuigd waren van mijn capaciteiten, kwam de appreciatie vanzelf. Ik denk dat dat in elk milieu - mannelijk of vrouwelijk - zo is: de vreemde eend moet zich bewijzen.”

Roepen en tieren
Anne werkte als trainer in het verleden met mannen én vrouwen. Ze trainde de jongens-miniemen van Stade Leuven en van de Provincie Brabant en was een tijdje coach van vierde-provincialer Haasrode. Anne: “Op sportief vlak was mijn speler-trainersperiode bij Standard Fémina Luik zonder meer het mooist. Het was een enorm gemotiveerde groep, die dan ook nog eens prachtige resultaten boekte.”
“Ik heb nooit problemen ondervonden met het trainen van jongens. Miniemen kijken op hun leeftijd sowieso naar je op, en bij de volwassen ploeg van Haasrode was het soms wel sleuren, omdat niet iedereen het even nauw nam met het regelmatig komen trainen. Maar al bij al schoot ik goed met de spelersgroep op, vooral omdat ze zo direct waren - mannen zeggen tenminste onmiddellijk wat hen op de lever ligt.”
“Bij vrouwen ligt dat minder eenvoudig. Geef ik tijdens of na de wedstrijd zowel positieve als negatieve commentaar, dan blijkt dat ze alleen het negatieve onthouden. En vooral: ze kunnen dat na de wedstrijd niet zomaar van zich afzetten, zeker niet na verlies. Dat is vooral vervelend omdat ik tijdens de wedstrijd de neiging heb om te staan roepen en tieren. Voor mij betekent dat niets, het is een uitlaatklep, en na de wedstrijd vergeet ik dat onmiddellijk, maar de speelsters dus niet. Ik zal die spontane emoties moeten leren kanaliseren.”

Resultaten
Op haar vijfendertigste zette Anne een punt achter haar spelersloopbaan - “om in schoonheid te eindigen” - en trad ze toe tot de technische staf van de Belgische Voetbalbond, waar ze vier jaar lang assistent-coach was van de A-ploeg en de jeugdploeg bij de dames. Vorig jaar ten slotte besteeg Anne de hoogste trede: ze werd bondscoach van het dameselftal. Anne: “Meteen had ik een welomlijnde opdracht: het Belgische dameselftal weer in de Europese A-reeks krijgen. Vorig seizoen is de ploeg uit de A-reeks - de beste zestien - weggevallen en het is absoluut noodzakelijk dat we weer uit de B-reeks geraken. Je kan je niveau immers slechts opkrikken door tegen betere tegenstanders uit te komen. Totnogtoe is de campagne geslaagd: we werden groepswinnaar in een poule met Oostenrijk, Polen en Wales, en nu zijn we nog slechts een barragewedstrijd tegen Zwitserland verwijderd van onze rentree in de A-reeks.”
Wordt het dameselftal niet stiefmoederlijk behandeld binnen de Voetbalbond? Anne: “De Voetbalbond staat voor tweehonderd procent achter ons. De Bondstop beschouwt ons als een vertegenwoordigend elftal, net zoals bijvoorbeeld de junioren. Ze helpen ons zoveel ze kunnen, en dat was in het verleden wel anders. Ikzelf heb nog in truitjes van Jean-Marie Pfaff gespeeld, omdat we eenvoudigweg geen eigen sportuitrusting hadden. Die is er nu wèl, en we krijgen zelfs kleine budgetten voor verplaatsingen. Je moet weten dat een uitwedstrijd naar Polen algauw een verliespost van een half miljoen betekent, maar gelukkig kunnen we putten uit de grote sponsorpot van de Voetbalbond.”

Women’s soccer
Het damesvoetbal krijgt de laatste jaren de nodige aandacht in de pers. Het W.K. in de Verenigde Staten - met het thuisland als winnaar - haalde vorig jaar uitgebreid de televisiejournaals. Anne: “Wij hebben natuurlijk mee geprofiteerd van die media-aandacht. Maar in de sport komt het in de eerste plaats op resultaten aan: pers, sponsors en publiek willen zich niet identificeren met losers, ze hebben winnaars nodig. En we staan natuurlijk lang niet zover als in de V.S. Ook daar stond women’s soccer vroeger niet op de landkaart, maar ze hebben het vanaf het begin heel professioneel aangepakt. Toen damesvoetbal op de Olympische Spelen als demonstratiesport werd toegelaten, werden de V.S. onmiddellijk Olympisch kampioen. Ter illustratie: dit jaar gaat hun ploeg zes maanden voor de Spelen al in afzondering. Het is zelfs de bedoeling om in de V.S. een heuse prof-competitie op te starten.”
“Women’s soccer is in de V.S. de nummer één in de damessporten: als je het land doorkruist, zijn het allemaal meisjes die je op de voetbalvelden ziet. Zij hebben - zoals hier de jongens - voorbeelden om zich aan te spiegelen: op hun kamers hangen posters van Mia Hamm, de beste speelster ter wereld, die ook haar eigen website heeft. En binnen het onderwijssysteem krijgen meisjes de kans om dagelijks te spelen.”
Is een dergelijk professionalisme in België haalbaar? Anne: “Er moet nog hard worden gewerkt aan de mentaliteit, zowel bij het publiek als bij de speelsters. Het publiek moet ophouden damesvoetbal te beschouwen als mannenvoetbal gespeeld door vrouwen. Damesvoetbal is een aparte sport, waarin kracht en snelheid minder primeren, maar die net dààrdoor technisch en tactisch vaak mooier spel oplevert.”
“Toch moeten de Belgische speelsters nog meer worden aangemoedigd om ook op kracht te trainen. Want net op dat gebied leggen ze het af tegen landen als de V.S. - zuiver technisch gesproken zijn we beter, bij ons bestaat de voetbalcultuur immers al veel langer. Als ik aan de speelsters vraag om eens een extra inspanning te doen, krijg ik soms te horen: ‘Waarom? Ik ben toch al international?’”

Scheerzeep
“Het zou al enorm motiverend zijn, mochten de speelsters bij wijze van spreken één honderdste verdienen van hun mannelijke collega’s. Maar we komen van heel ver. Het dameselftal heeft nu toch al zijn eigen sponsor, iets waarvan ik tien jaar geleden alleen maar kon dromen.”
Dat die sponsor Tampax is - slogan: ‘Laat je niet beperken door regels’ -, wekt dat geen gêne op bij de speelsters? Anne: “In het begin kwamen daar wel negatieve reacties op - waarom het bijvoorbeeld niet gewoon waspoeder kon zijn. Maar de sponsor is toen uitleg komen geven: dat waspoeder de ploeg weer met het bekende rollenpatroon associeert, en dat de boodschap nu net is dat vrouwen niet geremd willen worden in hun sportbeoefening. En bovendien heeft de pers de lancering van de Tampax League massaal gecoverd, dus dat controversiële kantje was enorm meegenomen. Trouwens, uiteindelijk is Tampax voor vrouwen toch niet echt iets anders dan wat scheerzeep voor mannen is?”
“Aan de speelsters moet ik nog wel leren hoe aan sponsorreturn te doen, willen ze in de toekomst hun sport professioneler zien worden. Zelf had ik tijdens mijn spelerscarrière niet de minste moeite om mijn sponsor Puma overal te verkopen. Maar ik ben dan ook in de commercie opgegroeid ...”
Valt het mee om een voltijdse baan aan de universiteit met het trainersvak te combineren? Anne: “Het is niet ideaal, en ik heb vaak gedacht dat ik in een verkeerde tijd en een verkeerd land geboren ben - was ik tien jaar jonger, en woonde ik in de V.S., dan zou ik fortuinen verdienen. Anderzijds zijn mijn job en mijn trainersvak geen gescheiden werelden: ik doceer voetbal aan de meisjes en ik train de universitaire damesvoetbalploeg. En ik tracht jonge speelsters van het nationale elftal te overhalen om naar de K.U.Leuven te komen. Hier krijgen ze professionele begeleiding en een topsport-statuut.”
“Een nadeel aan deze dubbele job is dat ik in juni met vakantie vertrek om in de zomer weer paraat te staan voor de hervatting van de trainingen. Bijgevolg mis ik het grootste deel van Euro 2000. Maar begin juli ben ik terug, net op tijd om de Rode Duivels te zien schitteren in de finale.”