Vertrouwenspersoon Ongewenste intimiteiten

Zoals in het Koninklijk Besluit van 18 september 1992 werd vastgelegd, heeft elk bedrijf een vertrouwenspersoon Ongewenst Seksueel Gedrag op het Werk, kortweg OSGW. Professor Lieve Vandemeulebroecke vervult die functie sinds
‘95 en is daarmee adjunct-ombuds voor ongewenste intimiteiten.

“Met OSGW bedoelen we gedragingen die als ongewenst ervaren worden. Dat is uiteraard subjectief en kan zeer ruim worden geïnterpreteerd: van iemand toespreken met “schatje” of “lieveke”, dubbelzinnige opmerkingen of grappen maken, tot aanrakingen en vormen van stalking. Het is de bedoeling dat de vertrouwenspersoon OSGW optreedt als begeleider van degene die de klacht uit, en kijkt wat er aan kan worden gedaan. Eerst ga ik samen met hem of haar de feiten zo objectief mogelijk bekijken, zodat duidelijk wordt wat het probleem precies is. Vervolgens gaan we na wat de klager er zelf aan kan doen, zonder dat er extern hoeft te worden ingegrepen. Bijvoorbeeld: vermijden om nog alleen te zijn met die bepaalde persoon, verhuizen naar een ander bureau, collega’s in vertrouwen nemen zodat ze je kunnen helpen om bepaalde situaties te vermijden, eventueel dreigen dat je maatregelen zult nemen...”

CK: Wordt de verantwoordelijkheid dan niet te veel in handen gelegd van het slachtoffer?
“Ik wil zeker de klager niet culpabiliseren. Maar het is zo dat mensen meestal zélf geen drastische maatregelen wensen. Neem nu dat een bepaalde collega -iemand die een paar trapjes hoger staat- over je spreekt als “daar is mijn schatje”, of vaak zijn arm om je schouder legt. Dat is geen misdaad, maar je kunt dat toch als zeer onaangenaam en ongewenst ervaren. Ik probeer in zo’n geval te helpen om te zoeken naar een manier om een einde te maken aan dat gedrag, zonder dat er officieel moet worden opgetreden -met alle gevolgen vandien, ook voor de klager zelf. Maar uiteraard is de klager niet altijd bij machte om iets aan de situatie te veranderen, of is de situatie soms zo ongehoord dat er harder moet worden ingegrepen. Zelf ben ik niet bevoegd om een collega op de vingers te tikken, maar in zo’n geval neem ik contact op met de ombudsman, en die neemt dan verdere maatregelen. De persoon tegen wie de klacht geuit is, wordt dan gewoonlijk met de klacht geconfronteerd en zelf ook gehoord. Het diensthoofd kan worden ingelicht, en afhankelijk van de aard van de klacht kunnen er dan sancties volgen, zoals voorzien in het arbeidsreglement -een berisping, in het ergste geval zelfs ontslag. Vooraf wordt met de klager goed besproken wat de gevolgen kunnen zijn.”

Anoniem
CK: Is het denkbaar dat valse beschuldigingen geuit worden?
“Ik heb dat nog niet meegemaakt. Bij werkelijk zware beschuldigingen onderzoek ik of het waar is wat die persoon vertelt. Vaak zijn er getuigen, het is opvallend hoe mensen die met een werkelijk zware klacht komen, dat vaak doen op aansporen van een derde die zegt dat ze dàt nu toch werkelijk niet hoeven te nemen. Soms zijn er bepaalde signalen, zoals veelvuldig werkverzuim, omdat iemand de situatie gewoon niet langer aankan. Mensen gaan echt niet over één nacht ijs als ze een zware klacht uiten. Het is wél mogelijk dat iemand achteraf bepaalde gebeurtenissen herinterpreert, in het licht van een veranderende relatie. Maar zoiets wordt bij nader onderzoek wel duidelijk.”
“De moeilijkheid bij dit soort zaken is dat mensen zich vaak in eerste instantie gevleid voelen door de extra aandacht die ze krijgen van bijvoorbeeld hun prof of diensthoofd, en niet doorhebben dat er wat achter zit. En dan plots gaat het te ver, en dan hebben ze het heel moeilijk om dat duidelijk te maken aan de andere partij. Vaak staat die hoger in de hiërarchie, en speelt dus ook het machtsaspect een rol, de vrees voor represailles.”
Ze krijgt niet zo veel meldingen, twee of drie ernstige zaken per jaar, een tiental telefoontjes en mails. Alle echelons zijn vertegenwoordigd, en mannen net zo goed als vrouwen: “Mensen die me vragen hoe ze een bepaalde situatie het beste kunnen aanpakken, of willen weten wat ik in zo’n geval kan doen. Opvallend is dat ze zeker willen zijn dat het wat oplevert als ze een klacht uiten. Soms ook melden mensen een bepaald incident, zonder dat ze willen dat er meteen iets mee wordt gedaan. Blijft het bij dat ene voorval, dan laten ze het daarbij. Het gebeurt ook vaak dat iemand meldt dat er hier of daar dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen, maar zolang ik geen klachten krijg van iemand die daarvan zelf het slachtoffer is geweest, kan ik daar niets mee doen. Ik registreer het, voor het geval er later nog iets komt. Anonieme beschuldigingen kunnen natuurlijk in geen geval.”
Nadat een klacht geuit is, blijft professor Vandemeulebroecke de klager begeleiden. Die kan op dat moment wel wat steun gebruiken: “Het is geen makkelijke stap om dergelijke beschuldigingen te uiten, en het heeft vaak vervelende gevolgen. Mensen zijn bang niet geloofd te worden, bang voor spottende reacties, bang om het werkklimaat te verstoren. Maar het belangrijkste is dat er een einde komt aan het ongewenste gedrag want in veel gevallen betekent dat een regelrechte nachtmerrie voor het slachtoffer.”

Vertrouwenspersoon OSGW: t(016)32 62 32, Lieve.Vandemeulebroecke@ped.kuleuven.ac.be