52 studenten combineren studies met topsport

“Met de eersteklassevoetballers die gestudeerd hebben of nog studeren aan onze universiteit, zou je een heus Rode Duivels-team van de K.U.Leuven kunnen samenstellen”, zegt professor Gert Vande Broek, die sinds dit academiejaar begeleider is van de topsportstudenten. Hij heeft uiteraard niet alleen voetballers onder zijn hoede. De 52 studenten die dit jaar een topsportstatuut kregen, zijn actief in uiteenlopende sporttakken, van dressuur tot ijshockey, van karate tot veldrijden. Dat de combinatie studie-topsport perfect haalbaar is, bewezen K.U.Leuven-alumni als atlete Kim Gevaert, judoka Ilse Heylen en wielrenner Nick Nuyens.

Toen professor Jan Boutmans vorig jaar op emeritaat ging, moest er een nieuwe begeleider voor de topsportstudenten gevonden worden, liefst iemand die ervaring had met studentenbegeleiding én met topsport. Professor Vande Broek beantwoordt perfect aan dat profiel. Hij stond een tijdlang aan het hoofd van het monitoraat van FaBeR, en werd zeven keer uitgeroepen tot volleybaltrainer van het jaar. In 2001 won hij met zijn club Asterix Kieldrecht de Europabeker.
“Het Vlaamse topsportlandschap is de voorbije jaren grondig veranderd”, zegt Vande Broek. “Er is een politieke tendens om in topsport te investeren. In 1998 werden topsportscholen opgericht met de bedoeling de trainingskwantiteit en -kwaliteit bij jeugdsporters drastisch te verhogen. Ook na de middelbare studies moet voor topsporters de combinatie sport en studie haalbaar blijven, en daarom moeten wij hen de nodige studiefaciliteiten kunnen aanbieden.”
Sinds ‘92 hebben studenten die aan topsport doen recht op een aantal faciliteiten, vastgelegd in het examenreglement. Vande Broek: “We werken met twee statuten, een A- en een B-statuut. Om voor het A-statuut in aanmerking te komen, moet de student tot de absolute top in zijn of haar sporttak behoren. Andere criteria waarmee we rekening houden, zijn de periode van de competitie waaraan de student deelneemt, en de trainingsintensiteit. Studenten met dat A-statuut — dit jaar zijn het er voorlopig 35 — kunnen indien nodig hun examens verplaatsen en spreiden. Dat kunnen de 17 studenten met het B-statuut niet, maar zij krijgen wel — net als de studenten met een A-statuut — een soepele regeling voor afwezigheden en de mogelijkheid om in overleg met de ombudsman een oplossing te vinden voor de gemiste colleges, seminaries of practica.”

Twee keer uitblinken
“Met elke nieuwe topsportstudent probeer ik een rechten/plichten-gesprek te voeren. Ik leg uit welke faciliteiten we hen bieden, maar ik wijs hen ook op hun plicht om van die mogelijkheden op een verantwoorde manier gebruik — en dus geen misbruik — te maken. Het statuut vergt extra inspanningen van het personeel, dus vind ik het maar logisch dat ik ook de studenten op hun verantwoordelijkheden wijs.”
“Ik heb geen glazen bol, maar ik denk dat we de criteria voor het A-statuut in de toekomst gaan verstrengen. Zo houden we een kleine groep van echte toppers over. Alleszins ben ik van plan om het systeem grondig te evalueren en indien nodig bij te sturen. Ik wil nagaan wie van welke faciliteiten gebruik maakt, en wat het effect daarvan is. Bijvoorbeeld: leidt het uitstellen van examens ook tot hogere slaagcijfers?”
Over slaagcijfers gesproken: hoe goed presteren de topsportstudenten? “Meer dan behoorlijk: vorig jaar waren twee op drie topsportstudenten geslaagd. Er zijn trouwens ook topsportstudenten die niet alleen uitblinken in hun sport, maar ook nog eens briljante studenten zijn, en grootste onderscheiding halen.”

Info: professor Gert Vande Broek, 016 32 90 61, Gert.VandeBroek@faber.kuleuven.be, http://www.kuleuven.be/sport/topsport/

Jeroen Simaeys: Psycholoog op het middenveld
De overgang van de kandidaturen naar de licenties viel voor student psychologie en voetballer Jeroen Simaeys samen met een transfer van derdeklasser Oud-Heverlee Leuven naar eersteklasser Sint-Truiden, waar hij meteen een vaste stek op het middenveld kreeg. Dankzij het topsportstatuut hoefde de stap vooruit in zijn sportieve carrière niet het einde van zijn studieloopbaan te betekenen: “Bij Oud-Heverlee Leuven vonden de trainingen ’s avonds plaats, maar in eerste klasse wordt er natuurlijk ook overdag getraind. Het statuut geeft me de mogelijkheid om practica die normaal voor alle studenten verplicht zijn over te slaan. Het is niet mijn bedoeling om dat vaak te doen — tot nu toe is het nog maar één keer voorgevallen. Dat ik examens kan verplaatsen, is voor mij ook een goede zaak. Op 8 januari vertrekken we immers met de club naar Turkije voor een stage van een week, en op 16 januari begint de examenperiode al.”
De unief steunt Jeroens sportcarrière, en gelukkig staat omgekeerd zijn club ook achter zijn studie: “De dochter van onze trainer studeert ook psychologie, dus hij weet dat studeren meer is dan af en toe je gezicht laten zien (lacht). Mijn ploegmaats vinden het ook tof dat ik studeer. Ze noemen me wel eens De Professor, en als ik een training mag overslaan, grappen ze dat ze ook gaan studeren, om eens een half dagje vrijaf te hebben.”
“Of ik na mijn voetbalcarrière in de voetbalwereld blijf of iets met mijn diploma ga doen, weet ik nog niet. Misschien kan ik de twee wel combineren: psychologen worden steeds vaker ingezet in de sportwereld.” (rvh)

Annelies Peetroons: Kogelstoten en -gewrichten
Wie een discus van 1 kilogram 49,11 meter ver kan werpen, en bovendien een kogel van 4 kilogram 13,28 meter van zich af kan stoten, heeft het topsportstatuut dik verdiend. Annelies Peetroons won op het vorige BK voor junioren goud bij het discuswerpen, en zilver bij het kogelstoten, en op het WK werd ze knap elfde bij het discuswerpen, haar sterkste discipline.
Sinds dit jaar combineert Annelies haar twee sporten met de studie van de discussen en kogelgewrichten in het menselijk lichaam: “Ik zit in het eerste bachelorjaar kinesitherapie. Vooraf heb ik me wel even afgevraagd of de combinatie studie-sport wel zou lukken, maar tot nu toe loopt alles prima. In de week vinden mijn trainingen ’s avonds plaats, dus heb ik tot nu toe nog geen lessen moeten overslaan. Ik wil dat ook pas doen als het echt niet anders kan. In de winter moet ik nog vaker trainen, en als de lessen dan samenvallen met trainingen, zal ik er af en toe wel moeten skippen.”
“Heel belangrijk voor mij is de mogelijkheid om examens te spreiden, want ik moet het hele jaar kunnen blijven doortrainen. Volgend jaar is er in augustus het WK voor junioren in Peking, dus zal ik in juni wellicht examens moeten verschuiven om mijn trainingsschema te kunnen blijven volgen.”
Dat schema laat wellicht ook weinig cantussen en fuiven toe? “Tja, het studentenleven blijft uiteraard wel beperkt. Als topsporter heb je veel slaap nodig en kan je je niet al te veel uitspattingen permitteren. Uitgaan kan wel eens een keertje, maar niet te laat en geen drie keer per week…” (rvh)