Praktische vragen (2): ZAP op pensioen, wanner, hoe en hoeveel?

In de vorige Personeelskrant kreeg het administratief en technisch personeel een antwoord op de belangrijkste vragen over het pensioen. Nu is het academisch personeel aan de beurt. Onderstaande informatie geldt enkel voor de leden van het zelfstandig academisch personeel. Vermits leden van het assisterend en bijzonder academisch personeel verbonden zijn met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur, komt het zelden voor dat zij in die hoedanigheid aan de K.U.Leuven op rust worden gesteld.

Professoren mogen na hun opruststelling de eretitel van hun ambt voeren. Deze titel bestaat uit de benaming van hun laatst uitgeoefende ambt, voorafgegaan door 'emeritus' wanneer zij minstens vijfentwintig academische dienstjaren achter de rug hebben, door 'ere' in de andere gevallen. Regelmatig hoor je nog spreken over 'emeritaatspensioen', wat indertijd stond voor 'voortgezette wedde' na opruststelling. Maar deze regeling werd vele jaren geleden afgeschaft. In verband met academisch personeel spreken we nu ook over 'rustpensioen'.

Wanneer?
De normale pensioenleeftijd is vastgesteld op 65 jaar, zowel voor mannen als voor vrouwen. De leden van het ZAP die niet met vervroegd pensioen gaan, worden ambtshalve op rust gesteld op het einde van het academiejaar waarin zij de leeftijd van 65 jaar bereiken.
De ZAP-leden kunnen op pensioen vanaf de eerste van de maand volgend op hun zestigste verjaardag. Voor vervroegde opruststelling is het akkoord van departement respectievelijk faculteit vereist.
Bij langdurige werkonbekwaamheid, en na beslissing van de Administratieve Gezondheidsdienst die de definitieve arbeidsongeschiktheid moet vaststellen, kan een lid van het ZAP vóór de leeftijd van 60 jaar op rust wegens gezondheidsredenen.

Hoe?
Wie op vervroegd pensioen wil gaan, richt een aanvraag aan de rector, vergezeld van een advies van departementsvoorzitter en decaan, minstens zes maanden voor de pensioendatum.
In het geval van een pensioen wegens het bereiken van de leeftijdsgrens, wordt de opruststelling vanuit de Personeelsdienst voorgesteld aan de Academische Overheid.
In beide gevallen wordt het Gebu om advies gevraagd, en beslist de Raad van Beheer.
In het geval van een onvolledige tewerkstelling aan de K.U.Leuven moet betrokkene zelf instaan voor de tijdige pensioenaanvraag voor de externe betrekking(en).

Hoeveel?
Het rustpensioen wordt berekend op basis van de gemiddelde wedde van de laatste vijf jaar, omgezet in de weddeschalen die van toepassing zijn op het ogenblik van de opruststelling en aangepast aan de wedde-index die dan geldig is. Dat bedrag wordt de refertewedde genoemd. Enkel de jaren gepresteerd als lid van het academisch personeel ten laste van de werkingstoelagen van het Rijk komen in aanmerking voor de pensioenvaststelling.
Het bedrag van het rustpensioen wordt berekend door de refertewedde te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller gelijk is aan de aanneembare diensten, en de noemer een tantième, volgens de graad en de aard van de gepresteerde diensten. Volgens de algemene regel is het tantième 1/30. De voornaamste uitzondering is het tantième 1/55 voor de diensten als docent of hoofddocent benoemd na 1 januari 2003, en voor de diensten als lid van het assisterend academisch personeel en het vroegere wetenschappelijk personeel.
Een volledige loopbaan bedraagt 22,5 voltijdse academische dienstjaren als het pensioen aan het tantième 1/30 wordt berekend, en 41,25 jaar bij hantering van het tantième 1/55.
Het rustpensioen bedraagt 75 procent van de refertewedde voor een volledige loopbaan, dit is het relatief plafond. Bij onvolledige prestaties wordt dit plafond vermenigvuldigd met de verhouding van de aanrekenbare duur tot de voltijdse duur. Het rustpensioen mag in geen geval meer bedragen dan 46.882,74 EUR basis/jaar. Aan de huidige index 131,95 betekent dit bruto 5.155,16 EUR per maand. Dit is een absoluut maximum: wanneer de werknemer pensioenrechten heeft uit andere inkomsten, dan worden die in mindering gebracht. Voor die inkomsten blijft de werknemer natuurlijk wel belastingplichtig.

Concreet voorbeeld: een hoofddocent met een volledige loopbaan, gedurende de laatste vijf jaar bezoldigd aan de maximumwedde van zijn graad (d.i. nu bruto 5.917,46 EUR per maand), heeft uitzicht op een rustpensioen van 4.437,75 EUR bruto per maand.

In geval van overlijden
Het overlevingspensioen wordt berekend op basis van de gemiddelde wedde van de laatste vijf jaar van de loopbaan van het overleden (ex-)ZAP-lid. Dit gemiddelde wordt vastgesteld op dezelfde wijze als voor de berekening van een rustpensioen dat zou ingaan op dezelfde datum.
Het bedrag is gelijk aan 50 % van de gemiddelde wedde, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gevormd wordt door het aantal jaren in aanmerking komende diensten, en waarvan de noemer gevormd wordt door het aantal jaren begrepen tussen de leeftijd van 20 jaar en zijn overlijden, eventueel beperkt tot 40 jaar.

Nuttige webpagina's:
Emeritibeleid: www.kuleuven.ac.be/admin/rd/niv3/ad-p54z.htm
K.U.Leuven algemeen: www.kuleuven.ac.be/personeel/thema/einde_contract.htm