Minister Vandenbroucke: “Bologna doen slagen met becijferde doelstellingen”

Op 28 en 29 april worden Leuven en Louvain-la-Neuve heel even een bezette (of toch erg beveiligde) steden. De ministers van onderwijs van 46 Europese landen plus een reeks hooggeplaatste waarnemers van India, Brazilië, de Verenigde Staten en you name it komen zich in Leuven beraden over de stand van zaken van het Bologna-proces. De conferentie werd opgezet door de Benelux-ministers van onderwijs. Wie beter dan Frank Vandenbroucke kan tekst en uitleg geven?

Hij praat gedreven over Bologna, gelooft voluit in het proces, in de zin van de conferentie, in de zin van Bologna. “Ja, daar heb ik geen greintje twijfel over. Natuurlijk moet je, alleen al om redenen van bescheidenheid, een beetje voorzichtig zijn met het woord ‘historisch’, maar voor Bologna en de conferentie van Leuven/Louvain-la-Neuve mogen we die term zeker gebruiken. Uiteraard brengt de organisatie erg veel werk mee, maar ik vind dat we er trots op mogen zijn dat we de conferentie naar ons land hebben kunnen halen. Het komt er nu natuurlijk wel op aan de conferentie te doen slagen en ze te laten uitgroeien tot een mijlpaal in de geschiedenis van het Bologna-proces.”
“Ik beschouw de conferentie van Leuven/Louvain-la-Neuve als een uitgelezen kans om aan de wereld te tonen wie we zijn, om, heel letterlijk, onszelf te laten zien. Dat geldt voor Leuven en Louvain-la-Neuve, maar evengoed ook voor de andere universiteiten van ons land. Verder beschouw ik het feit dat wij de conferentie organiseren, natuurlijk ook als een manier om op de agenda en de conclusies te wegen.”

Foto's: De veiligheid rond de Bologna-conferentie werd zeer ernstig genomen. Minister Vandenbroucke komt zich daar persoonlijk van vergewissen. (Foto’s: Jogchum Vrielink)


Taakspanning

“Bologna is werk-in-uitvoering, maar sinds de ondertekening in 1999 hebben we niettemin al een behoorlijke reeks resultaten geboekt. Ik denk dat het aanzienlijke succes van Bologna voor een groot deel verklaard kan worden door de bottom-up dynamiek die het hele proces schraagt. Het gaat niet om een dictaat van bovenuit, het gaat zelfs niet om een verdrag, maar om een vrijwillig aangegaan engagement van de deelnemende landen. Die hebben op hun beurt aan de onderwijsinstellingen gevraagd dat zij het voortouw zouden nemen in de implementatie. De hogescholen en universiteiten zijn dus geen lijdend voorwerp van Bologna, maar actieve partij. Dat leidt er natuurlijk wel toe dat er lokale verschillen bestaan in de concretisering van de doelstellingen, of dat er landen zijn die al heel wat verder staan met de implementatie dan andere, maar dat geeft niet. Eén van de positieve neveneffecten van de regelmatige opvolgingsconferenties is trouwens dat die lokale verschillen binnen de perken blijven.”
“Er is al veel bereikt, maar er blijft ook nog een hele weg af te leggen. Je kunt bijvoorbeeld niet zeggen dat de diploma-transparantie en mobiliteit een succes zijn als een Nederlandse master in de psychologie moeilijkheden heeft om zijn diploma in België erkend te krijgen, zoals recent het geval was. Maar dergelijke dingen mag je ook niet overroepen, want er staan veel andere voorbeelden tegenover waaruit blijkt dat de ideeën van Bologna wél reële resultaten opleveren. Daarop mogen we fier zijn.”
“In die lijn hoop ik dat de conferentie zal aansturen op meer becijferde doelstellingen. Je kunt bijvoorbeeld gemakkelijk verkondigen dat er meer mobiliteit moet komen, maar dat klinkt al heel wat minder vrijblijvend als je bijvoorbeeld met elkaar overeenkomt dat 20 % van alle afgestudeerden zijn studie in meerdere delen van de Europese onderwijsruimte zou moeten doen. Als je er cijfers op plakt, worden doelstellingen veel minder vaag. In zo’n grote conferentie moet je taakspanning creëren. Je moet doelstellingen formuleren die haalbaar zijn, maar niet zonder inspanningen. Simpel gezegd: het mag geen zelfgenoegzame conferentie worden, maar een opdracht aan alle deelnemende landen.”
“Dergelijke becijferde doelstellingen kan je bijvoorbeeld ook situeren in de sociale dimensie van Bologna – waar trouwens nog héél wat werk in te leveren valt. En dat moet je dan weer hardmaken door af te spreken dat er duidelijke facts and figures voorgelegd zullen worden, op basis van degelijk onderzoek.”

Rankings

“Een ander domein waar ik het tijdens de conferentie over wil hebben, heeft te maken met de stilaan alomtegenwoordige maar ook in vele kringen bekritiseerde rankings. Je kunt daar de pest aan hebben, maar ze bestààn, en ze zullen niet verdwijnen. Ik denk dat het niet goed is om ze alleen maar lijdzaam te ondergaan. Ik denk dat het opportuun is om binnen de onderwijswereld een eigen systeem uit te bouwen, beter gefundeerd dan pakweg dat van de Times Higher Education Supplement, beter dan de Shanghai-ranking en andere. Beter betekent in dit geval hoofdzakelijk: meerdimensionaal. De bestaande rankings nemen immers meestal te weinig of zeer eenzijdige factoren in aanmerking, waardoor hun eindcijfers onderling ook heel sterk kunnen verschillen – en dus weinig houvast bieden of zelfs maar heel beperkt bruikbaar zijn. Het hoger onderwijs heeft meerdere taken, vertoont meerdere aspecten. Die veelheid en diversiteit moet je in kaart brengen, als je wil dat een cijfer iets voorstelt en betrouwbaar is. Ik hoop dat de conferentie ertoe zal bijdragen op dat vlak de neuzen in dezelfde richting te zetten.”
“Het ergste dat deze conferentie zou kunnen overkomen, is dat er geen ambitie uit de conclusies zou spreken, of dat de conclusie iets flauws en vrijblijvends zou zijn. Dat zou tot vertraging en stilstand leiden. En een fiets die niet beweegt, valt om. Dat wil ik dus zeker niét. Ik heb daar ook niet zo’n schrik voor. De voorbereidingen lopen heel goed. Natuurlijk vergt het heel wat diplomatie om 46 landen eensgezind een tekst te laten ondertekenen die bovendien gaat over een domein waarin zelfstandigheid, vrijheid en creativiteit sleutelbegrippen zijn. Maar moeilijk gaat ook. We zijn flink opgeschoten, en ik heb er alle vertrouwen in dat de slotverklaring van de conferentie een solide referentiedocument zal worden, dat de weg opent naar een nog betere Europese hoger onderwijsruimte. Essentieel is dat je een koppeling maakt tussen cijfermatige, heldere en haalbare doelstellingen aan de ene kant, en een continu besef dat het hele proces te maken heeft met een uiterst belangrijk, algemeen-maatschappelijk streefdoel, namelijk dat goed onderwijs nodig is voor een betere toekomst. We leven in een economische crisis, dus is er weinig geld voor nieuwe dingen. Onderwijs neemt op dit ogenblik al een zeer grote hap uit de begroting voor zijn rekening. Moet ons dat dan inspireren om het maar kalmpjes aan te doen? Integendeel, ik wil juist méér middelen voor onderwijs, méér inspanningen, ook in Vlaanderen, ook of zelfs vooràl nu. Als het mij gegund is om er een rol in te spelen, wil ik in de volgende Vlaamse begrotingsbesprekingen een aanzienlijk ruimer budget voor onderwijs bepleiten. Het is immers juist in tijden van crisis dat je aan de toekomst moet werken, en daar dient onderwijs voor. Uiteraard moet dat extra geld verstandig besteed worden. Dus moet een en ander omkaderd zijn door goede afspraken, en wie er gebruik van wil maken, zal resultaten moeten kunnen voorleggen.”

http://www.kuleuven.be/bologna/

Rob Stevens
Rob Stevens