KU Leuven nieuws
- Onderzoek
- Onderwijs
- Personeel
- Studenten
- Alumni
- Internationaal
- Beleid
- Uw bericht
- Over Campuskrant
- Contact
- Overzicht artikels
- Ad Valvas-berichten
Op 20 september opende Museum M zijn deuren en daarmee ook twee tentoonstellingen. Oud en nieuw worden samengebracht met werk van enerzijds de vijftiende-eeuwse schilder Rogier van der Weyden en anderzijds Jan Vercruysse, een kunstenaar van vandaag. Professor Jan Van der Stock van de Onderzoekseenheid Kunstwetenschappen was nauw betrokken bij de eerste tentoonstelling.
“Er is een lange traditie van samenwerking tussen het museum van de stad Leuven en het Departement Kunstwetenschappen,” begint professor Van der Stock. “Bij tentoonstellingen in Leuven die over middeleeuwse kunst gaan, wordt er sinds jaar en dag intensief samengewerkt.”
“Deze tentoonstelling, De Passie van de Meester, wil het publiek confronteren met een kunstenaar die vandaag nog altijd iets te vertellen heeft. En dan gaat het niet alleen over het rationele, maar vooral ook over het emotionele aspect. Kenmerkend voor Rogier van der Weyden is de uitbeelding van emotie. Zijn werk is heel toegankelijk, mensen kunnen zich er makkelijk mee identificeren. Zijn Piëta toont niet alleen het religieuze gegeven van Maria met de gestorven Christus op schoot, maar ook het menselijke gegeven van een moeder die afscheid neemt van haar zoon. Van der Weyden maakte kunst die vandaag nog altijd naar de keel grijpt.”
“Wij hebben gekozen voor de aanpak van dialoog. We brengen zijn werk samen met dat van beeldhouwers en andere schilders uit zijn tijd die op dezelfde golflengte zitten. Er worden werken herenigd die al eeuwen gescheiden waren, zoals de portretten van Filips de Goede en zijn vrouw. Er zijn stukken die al eeuwen niet meer in België zijn geweest, bijvoorbeeld het grote wandtapijt uit Bern. Bovendien zijn er ook nogal wat werken volledig gerestaureerd voor de tentoonstelling, het wereldberoemde Sacramentsaltaar is er daar een van.”
Passie en ratio
“Daarnaast zit er aan de hele tentoonstelling een wetenschappelijke component. Bart Fransen is bijvoorbeeld ondertussen bij mij gedoctoreerd op de relatie tussen Van der Weyden en de beeldhouwkunst. Er komt ook een colloquium waar onder andere de werken die speciaal voor de tentoonstelling zijn gerestaureerd, zullen worden besproken. Elk jaar is er bovendien een studentencolloquium, in samenwerking met de universiteiten van Londen en Lille. Dit jaar zal dat uiteraard in Leuven plaatsvinden.”
Zeven jaar duurde de voorbereiding van de tentoonstelling en daar kruipt heel wat organisatie in. Professor Van der Stock onderhandelt sinds 2002 over de bruiklenen uit meer dan vijftig musea in de wereld en zorgde voor de financiering van het geheel. Collega Lorne Campbell van de National Gallery in Londen is voorzitter van het wetenschappelijk comité. De coördinatie van het hele project ligt in handen van Lien De Keukelaere van Artes Leuven: “We noemen onszelf wel eens de machinekamer. Wij zorgen voor de communicatie, de publiekswerking, de opbouw van de tentoonstelling, het transport, de verzekeringen … De wetenschappelijke inbreng die de universiteit levert, vertalen wij naar het grote publiek. En aan de voorverkoop van tickets voelen we dat de mensen goed reageren. Het is een droom voor een coördinator om zo te kunnen werken.”
Museum M
Decor van dit alles is dus het gloednieuwe Museum M. “Tien jaar geleden besloot de stad het stedelijk museum Vander Kelen-Mertens volledig te laten restaureren en onderdeel te laten worden van een groot, nieuw museumcomplex: museum M, ontworpen door architect Stéphane Beel,” vertelt conservator Veronique Vandekerchove. “Hij heeft gezorgd voor een geheel tussen bestaande en nieuwe architectuur en dat is ook de filosofie van het museum. We willen oude en hedendaagse kunst in dialoog brengen en daarbij creativiteit naar voren schuiven.”
“Bij de opening zullen we dat dus doen door het werk van Rogier van der Weyden te tonen samen met dat van de hedendaagse kunstenaar Jan Vercruysse. Die tentoonstelling zal bestaan uit jeugdwerk, aangevuld met nieuwe creaties die speciaal voor het museum zijn gemaakt. Beide tentoonstellingen zijn ruimtelijk uiteraard volledig gescheiden van elkaar. Daarnaast heeft het museum nu ruimte voor een permanente opstelling, die draait rond twee belangrijke periodes voor Leuven: de vijftiende en zestiende eeuw met een uitgebreide collectie passiebeelden en de negentiende eeuw met werk van onder andere Constantin Meunier.”
“Het wetenschappelijk onderzoek is ook een belangrijke component. Er komt bijvoorbeeld een seminarielokaal bij het depot, waardoor er daar ook gewerkt kan worden met objecten die niet in opstelling staan. Een ander voorbeeld is het project Parallellepipeda in 2010, waarvoor we kunstenaars samen met wetenschappers in laboratoria zetten en het resultaat daarvan tentoon stellen. De samenwerking met de K.U.Leuven is een troef die geen enkel ander museum heeft, dus die willen we sterk uitspelen.”
http://www.rogiervanderweyden.be
http://www.leuven.be/vrije-tijd/museum/