Prijs Onderwijsraad voor geologische terreinstage

De geologen Manuel Sintubin en Isaac Berwouts winnen de Prijs van de Onderwijsraad met een geïntegreerde terreinstage voor masterstudenten geologie: "We verlaten de platgetreden paden en kiezen voor het experiment: een creatieve invulling van negen studiepunten in de masteropleiding."

De Prijs van de Onderwijsraad wordt dit academiejaar voor het eerst uitgereikt. Hij beloont een bijzondere realisatie in het onderwijs. Het bekroonde project moet passen in het onderwijsconcept van de K.U.Leuven, innovatief zijn, bijdragen tot de verbetering van de onderwijskwaliteit en een voorbeeldfunctie vervullen.

Voor deze eerste editie van de prijs moest het bovendien gaan om een onderwijsrealisatie die de integratie van onderzoek in onderwijs bevordert, toetsen en evaluatie verfijnt of onderwijs beter op de wijzigende context afstemt. Uit zesentwintig voordrachtdossiers nomineerde de Onderwijsraad drie projecten. De prijs gaat naar professor Manuel Sintubin en doctoraatsbursaal Isaac Berwouts (Geologie) voor de twaalfdaagse terreinstage die zij in Bretagne organiseren voor de studenten van het tweejaarlijkse mastervak Continental Tectonics. Dat vak bestudeert hoe tektonische platen over de aardbol bewegen en onderzoekt de gesteenteassociaties in oude gebergten die dat bewijzen.

"Het is altijd mijn droom geweest om met de studenten een geïntegreerde terreinstage te doen", vertelt Manuel Sintubin. "De omvorming naar de bachelor-masterstructuur was het goede moment om dat te realiseren in een nieuw vak voor masterstudenten. In 2003 begon het denkproces, in 2006 stond het op papier en in 2009 gingen we de eerste keer op stap met de studenten. Isaac en ik hebben dat een jaar intensief voorbereid. We doen zelf al lang onderzoek in Bretagne, maar nu trokken we twee weken speciaal uit om deze 'gesimuleerde onderzoeksmissie' voor te bereiden. Wij verzamelden er onder meer een hele collectie gesteentemonsters. Daarvan maakten we slijpplaatjes: dunne gesteenteschijfjes voor microscopisch onderzoek. Eerst bestudeerden we die zelf, nu vormen ze het materiaal waarmee de studenten de stage voorbereiden."

"Een klassieke geologische onderzoeksmissie bestaat uit drie fasen: terreinonderzoek, laboratoriumonderzoek, en synthese en confrontatie met de literatuur. Dat simuleren we nu zo goed als het kan met onze studenten. Bretagne vormt daarbij het ideale onderzoeksgebied; een 300 miljoen jaar oud gebergte met een rijkdom aan structuren en gesteenten. Je hebt er in rotspartijen en klifkusten toegang tot de oude lagen waarvoor je bijvoorbeeld in de Alpen twinitg kilometer diep moet boren. Op deze rotspartijen trachten de studenten het tektonische verhaal van de gesteenten te reconstrueren."

Gericht zoeken

Isaac Berwouts: "De studenten krijgen vooraf onze gesteentemonsters en bijhorende slijpplaatjes als staalkaart van alle gesteenten. Ze weten dus wat ze kunnen tegenkomen. Op het terrein confronteren we ze met het belangrijke schaalaspect: ze moeten de link leggen tussen het microscopische van de slijpplaatjes en de grootsheid van het gebergte. Zo leren ze de gesteenten herkennen als resultaat van processen die zich vele miljoenen jaren geleden afspeelden."

"We verdelen de studenten in twee onderzoeksteams", vult Sintubin aan. "Wij zelf zijn chauffeur van de minibus, maar natuurlijk zijn we ook beschikbaar om met de studenten in discussie te gaan. We vestigen ook hun aandacht op elementen die ze over het hoofd dreigen te zien. Maar we geven geen les op het terrein. Er gaat een lading wetenschappelijk artikels mee en 's avonds zoeken de studenten naar uitleg over en bevestiging van hun bevindingen op het terrein. Zo leren ze echt waarvoor vakliteratuur dient. In de opleiding vervallen we nogal eens in opdrachten waar studenten uit een aantal artikels een synthese moeten maken. Dat beperkt zich te vaak tot knip- en plakwerk. Nu moeten ze nadenken, gericht zoeken. Precies zoals wij dat doen voor ons onderzoek."

"Elke avond rapporteren beide teams over hun primair geologisch onderzoek. Na tien dagen intens terreinwerk moeten ze ons het verhaal van het gebergte vertellen: wanneer gebeurde wat en hoe? Daar gaat heel wat overleg aan vooraf. Want we geven beide groepen andere opdrachten op andere locaties. Ze vinden dus andere dingen en moeten de puzzel samen leggen. Dan blijven ze soms tot in de late uurtjes met elkaar discussiëren. Een paar vertoonden tegen het einde de eerste uitputtingsverschijnselen..."

"Onze terreinstage is het resultaat van een heel groeiproces binnen de Faculteit Wetenschappen. In onze werkgroep Begeleide Zelfstudie hebben we intens nagedacht over de vertaling van het onderwijsconcept van de universiteit naar onze onderwijsrealiteit. Onze terreinstage draagt de vruchten van dit rijpingsproces. Nu werken we een stage uit die in mei volgend jaar zal plaatsvinden. Het concept behouden we. Maar we schrijven een heel scenario uit voor die twaalfdaagse. En aan een scenario kun je blijven sleutelen. Ook onderwijzen is een permanent leerproces."

Genomineerden

De Onderwijsraad nomineerde nog twee andere onderwijsrealisaties. Het Corinth-project van Kurt Feyaerts, Dirk Speelman, Bert Oben (Faculteit Letteren) betreft een innovatie, zowel op inhoudelijk als didactisch vlak, waarbij voor en door studenten een open corpus van eigentijds en spontaan creatief-humoristisch taalgebruik wordt uitgebouwd en didactisch geoperationaliseerd. Het Corinth-project ontwikkelt leeractiviteiten waardoor studenten van het keuzevak 'Humor & creativiteit in taal' dit actuele fenomeen in hun eigen leefwereld kunnen observeren, analyseren en er met elkaar over communiceren.

In de Faculteit Sociale Wetenschappen werkten Sofie Vanassche en An Katrien Sodermans een stramien uit voor een collectieve masterproef. Alle fasen van het onderzoeksproces werden hier door acht studenten als een echt onderzoeksteam besproken, afgewogen en afgehandeld. De werkwijze maakte mogelijk om een groter onderzoek uit te voeren dan individueel mogelijk is. Met dezelfde inspanningen qua tijd, geld en energie bereikten de studenten een grotere onderzoekspopulatie met een grotere complementariteit van onderzoeksvragen, betere vraagverwoording en meer accurate meetschalen. Het vormt dan ook een creatief antwoord op de beperkingen die soms gepaard gaan met een eenjarige master.