Mogelijk betere revalidatie na beroerte

Door bepaalde delen van spieren kunstmatig te laten trillen, kunnen de hersengebieden en zenuwbanen die instaan voor de beweging ervan getraind worden. En dat kan er mogelijk voor zorgen dat slachtoffers van een beroerte sneller weer kunnen bewegen. Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van Maarten Steyvers van het Departement Kinesiologie. Bij patiënten die getroffen werden door een beroerte, gaan bepaalde gebieden in de hersenen achteruit omdat ze bepaalde lichaamsdelen niet meer bewegen, waardoor bepaalde prikkels uitblijven. Steyvers beschrijft in zijn onderzoek een methode die die verschrompeling mogelijk kan tegengaan.
In eerste instantie voerde Steyvers onderzoek uit bij gezonde testpersonen. Hij liet spierspoeltjes trillen in de buurt van de pols, en paste een methode toe om de prikkelbaarheid in de motorische zenuwbanen en de motorische hersenschors te meten. De prikkels van de trillende spierspoeltjes bleken bij een bepaalde frequentie niet alleen effect te hebben op de sensorische, maar ook op de motorische gebieden en zenuwbanen. Het effect duurde zelfs voort nadat de stimulering gestopt was.
Met deze methode kan het mogelijk worden om iemands motorische hersenschors te behoeden voor verschrompeling, ook al kan hij zijn spieren niet bewegen. Als in de volgende fase van het onderzoek blijkt dat dezelfde methode ook resultaat heeft bij slachtoffers van een beroerte, dan kan hun revalidatie wellicht een stuk sneller verlopen.