KU Leuven nieuws
- Onderzoek
- Onderwijs
- Personeel
- Studenten
- Alumni
- Internationaal
- Beleid
- Uw bericht
- Over Campuskrant
- Contact
- Overzicht artikels
- Ad Valvas-berichten
Open brief van K.U.Leuven, KHK, KHLim, Lessius Mechelen, Groep T, KaHo Sint-Lieven en KHBO over de opleiding van de industrieel ingenieurs
De Vlaamse regering wil de opleidingen industrieel ingenieur integreren in de universiteit. Dit houdt in dat de universiteit verantwoordelijk wordt voor het onderwijs- en onderzoeksbeleid. Agoria vindt dat overbodig. Ze vreest dat met de integratie het specifieke profiel van de industrieel ingenieur zal verdwijnen. Wij staan voor het tegendeel. Industrieel ingenieurs zullen nog beter dan nu hun specifieke rol kunnen spelen in de innovatieketen, die de levensader is van de economie. Wetenschappers, ingenieurswetenschappers (burgerlijk en bio-ingenieurs) en industrieel ingenieurs hebben elk hun plaats in die keten. De ontwikkelingsgeschiedenis van de gsm illustreert dat, een verhaal dat ruim 120 jaar geleden begon bij de wis- en natuurkundige H.R. Hertz.
“Het is van geen enkel nut…”, zei Hertz in 1888 toen hij erin slaagde om elektromagnetische golven op te wekken en hun snelheid te meten. “Het is slechts een experiment dat bewijst dat Maxwell gelijk had. We hebben deze mysterieuze elektromagnetische golven die we met het blote oog niet kunnen zien, maar ze zijn er wel…” In 1888 kon niemand vermoeden dit meer dan een eeuw later aan de basis zou liggen van het eerste gsm-gesprek in Helsinki in 1991. Wanneer fundamentele kennis gebruikt zal worden, valt moeilijk te voorspellen, maar zelden blijft ze zonder toepassing.
Het is een maatschappelijke opdracht om de ontwikkeling van nieuwe kennis naar de toepassing ervan te versnellen. Met de integratie worden de onderzoeksactiviteiten van de universiteit en die van de academiserende hogeschoolopleidingen met elkaar verbonden in één onderzoeksruimte. De ontwikkeling van de gsm illustreert opnieuw het belang van die verbanden.
Fundamentele ontdekkingen in de basiswetenschappen, zoals die van Hertz en Maxwell, worden gedreven door nieuwsgierigheid, door de drang van wetenschappers om te weten en te begrijpen. Na Hertz en Maxwell werd de brug gelegd tussen hun basisinzichten en de micro-elektronica, wat achtereenvolgens leidde tot uitvinding van de transistor in 1958 en de eerste microprocessor in 1971. Ontwerpend onderzoek speelt in zo’n evolutie een cruciale rol. Ontwerpend onderzoek is het wetenschappelijke denken en handelen van de burgerlijk ingenieurs en de bio-ingenieurs. Zij ontwerpen en creëren op conceptueel niveau, vaak met het oog op een termijn van tien jaar of meer.
Maar ook daarmee is het werk niet af. Doorgedreven onderzoek van wetenschappers en ontwerpend onderzoek van ingenieurswetenschappers brengt nog geen gsm op de toonbank. De uiteindelijke vernieuwende ontwikkeling en implementatie van een product dat werkt en gebruiksklaar is, is het terrein van de industrieel ingenieurs.
Precies daarom is de integratie van de industrieel ingenieurs aan de universiteit belangrijk. Die nieuwe omgeving stimuleert immers een doorgedreven kennisuitwisseling tussen wetenschappers, ingenieurswetenschappers en industrieel ingenieurs, waarin nieuwe kennis ontstaat, toegepast wordt en waarin innoverende producten tot stand komen. Ze vervolledigt de innovatieketen. Het is die kennisuitwisseling die ons bracht van Hertz naar Helsinki. Dit vergt een eengemaakt onderzoeksbeleid dat leidt tot een effectievere besteding van de altijd schaarse onderzoeksmiddelen door afspraken rond onderzoeksspeerpunten en rond investeringen in infrastructuur.
Door jongeren op te leiden in de verschillende kennisdomeinen van de innovatieketting en door het versterken van de onderzoeksbasis, zorgen we ervoor dat er meer innovatie ontstaat in Vlaanderen. Ook wij zijn er immers van overtuigd dat “Vlaanderen zich geen roekeloos hogeronderwijsavontuur kan veroorloven”(Wilson Depril, Standpunt Agoria).
De integratie betekent dus geenszins een vervaging van de profielen van industrieel ingenieur en burgerlijk ingenieur, integendeel. Iedereen is overtuigd van de waarde van het toepassingsgerichte profiel van de industrieel ingenieur. Met een volwaardige Faculteit Industrieel Ingenieur, naast de Faculteit Ingenieurswetenschappen, Bio-ingenieurswetenschappen en Wetenschappen, aan de universiteit zal de opleiding industrieel ingenieur over een sterke structuur beschikken om haar profiel, zowel in onderwijs als in onderzoek, te behouden en zelfs te versterken. Met de integratie zorgen we voor een kwalitatief en transparant systeem in het hoger onderwijs en voor duidelijke en aantrekkelijke profielen. Zo kunnen we maximaal inspelen op elk talent in de disciplines van wetenschap en technologie om beter aan de noden van onze bedrijven te voldoen.
Tegelijk kunnen we, dankzij de integratie, nog meer inzetten op implementatiegericht onderzoek op de campussen van de hogescholen, waar - in synergie met de professionele opleidingen - de opleidingen industrieel ingenieur ingebed blijven. Dat zal op zijn beurt de drempel verlagen voor bedrijven om met de hogescholen samen te werken op onderzoeksvlak. Meer bedrijven zullen toegang vinden tot onderzoek en kennisontwikkeling: een basis voor vernieuwing. Er is m.a.w. helemaal geen sprake van een “zeer enge interpretatie van de onderzoeksomgeving”.
Wil Vlaanderen zich als topregio profileren in Europa, dan zal het niet alleen maximaal moeten investeren in nieuwe kennis en de toepassing ervan, maar ook rekening houden met een wereldwijde internationale concurrentie. Ook een internationale gerichtheid van de bedrijven is dus essentieel. Dit vergt een geïntegreerde aanpak voor een voortdurende vernieuwing en herbronning van de opleidingen en van haar afgestudeerden in een internationaal kader. Ook daartoe is de beslissing van de Vlaamse regering cruciaal. Ze verstevigt de internationale positie van zowel de industrieel ingenieur als van de wetenschapper, de bio-ingenieur en de burgerlijk ingenieur. Daarom zetten wij ten volle in op de integratie van de industrieel ingenieurs in de universiteit.
Karen Maex, vicerector Groep Wetenschap en Technologie K.U.Leuven
Maurice Vaes, Algemeen directeur KHK
Willy Indeherberghe, Algemeen directeur KHLim
Flora Carrijn, Academisch beheerder Lessius Mechelen
Johan De Graeve, Gedelegeerd bestuurder Groep T
Frank Baert, Algemeen directeur KaHo Sint-Lieven
Piet De Leersnyder, Algemeen directeur KHBO