Mettertijd wordt de kristalheldere ooglens waarmee we worden geboren, troebel. Boven de tachtig is dat bij één op twee het geval. Tijdenlang was cataract of staar een belangrijke oorzaak van blindheid – en is dat nog steeds voor miljoenen mensen in ontwikkelingslanden. Al in de oudheid werd ingegrepen door de lens met een instrument achterover te duwen zodat ze onderin het oog kwam te liggen, waarna het zicht voldoende terugkeerde om zich te kunnen behelpen. De operatie was niet heel pijnlijk, maar de patiënt moest toch stevig worden vastgehouden. Een vierduizend jaar oude wettekst uit Babylon vermeldt een bedrag ter grootte van het jaarloon van een arbeider voor wie een edelman het zicht teruggeeft; de ingreep bij een gewone burger en een slaaf brachten heel wat minder op. In India reinigde men de naald voor de procedure met het binnenste blaadje van een pas ontloken roos – zowat het zuiverste ‘doekje’ dat men kon vinden.